HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0618
Art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. In die bepaling wordt niet onderscheiden naar de grond waarop die vrijspraak is bepleit (vgl. HR LJN AY8901). ’s Hofs kennelijke oordeel dat i.c. kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv, is - nu de raadsman heeft bepleit dat het tlgde niet kan worden bewezen - derhalve onjuist. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl