Conclusie A-G Timmerman 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN8533
Procesrecht; arbitragebeding; (resterende) rechtsmacht Nederlandse rechter; artt. 22 EEX-Vo en 2:15 lid 3 BW. Opvatting dat de exclusieve bevoegdheid van de overheidsrechter met betrekking tot de beoordeling van de nietigheid of vernietigbaarheid van een besluit van een orgaan van de vennootschap steeds meebrengt dat deze ook exclusief bevoegd is tot kennisneming van geschillen omtrent alle gevolgen van dat besluit en tot hetgeen ter uitvoering van dat besluit is geschied, is onjuist. Redenen van litispendentie of connexiteit geven geen grond daarover anders te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 105 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1020 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1022 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1045 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1046 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1074 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 17 Gw
- Artikel 2:6 BW2
- Artikel 2:8 BW2
- Artikel 2:9 BW2
- Artikel 2:15 BW2
- Artikel 2:16 BW2
- Artikel 2:45 BW2
- Artikel 2:134 BW2
- Artikel 2:164 BW2
- Artikel 2:240 BW2
- Artikel 2:244 BW2
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 3:36 BW3
- Artikel 3:61 BW3