Hof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4784

Werkgever van frauderende werknemer heeft de fraudegelden van de ex-echtgenote van deze werknemer teruggevorderd uit hoofde van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad. De ex-echtgenote beroept zich erop dat zij redelijkerwijze geen rekening hoefde te houden met een verplichting tot terugbetaling, omdat zij in de veronderstelling verkeerde dat haar echtgenoot medeaandeelhouder van werkgever was, wat niet het geval blijkt te zijn geweest. Het hof: De ex-echtgenote is in beginsel gehouden tot terugbetaling van de mede door haar ontvangen gelden. Artikel 6:204 lid 1 BW is niet van toepassing op de betaling van een geldsom. Op grond van artikel 6:2 lid 2 BW kan de vordering wegens onverschuldigde betaling niet worden toegewezen indien ex-echtgenote niet ervan op de hoogte was of redelijkerwijze behoefde te zijn dat haar echtgenoot geen medeaandeelhouder was van werkgever, hetgeen de ex-echtgenote dient te bewijzen. Dit bewijs wordt ook in de context van de grondslag ongerechtvaardigde verrijking aan de ex-echtgenote opgedragen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen