Art. 1037 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Het arbitraal geding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. De plaats van arbitrage wordt door de partijen bij overeenkomst bepaald en bij gebreke daarvan door het scheidsgerecht. Door de bepaling van de plaats van arbitrage is tevens de plaats van de uitspraak vastgesteld.
2. Indien de plaats van arbitrage noch door de partijen noch door het scheidsgerecht is bepaald, geldt de plaats van de uitspraak, door het scheidsgerecht in het vonnis vermeld, als plaats van arbitrage.
3. Het scheidsgerecht kan zitting houden, beraadslagen, getuigen en deskundigen horen op elke andere plaats, in of buiten Nederland, die het daartoe geschikt acht, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. Het scheidsgerecht is bevoegd om een van zijn leden aan te wijzen om de zitting als bedoeld in de vorige zin te houden, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Vlas 27 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:35
- Rb. Amsterdam 25 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2793
- Rb. Almelo 28 oktober 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BU2930
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2583
- Rb. Almelo 5 maart 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BV8413
- Rb. Almelo 7 oktober 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BT7606
- Rb. Almelo 7 oktober 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BT7088
- Hof Amsterdam 7 februari 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:310
- Hof Amsterdam 30 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:300
- Hof Amsterdam 26 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2112