Art. 1034 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Het scheidsgerecht
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Een als arbiter aangezochte persoon die het vermoeden heeft dat hij zou kunnen worden gewraakt, doet daarvan schriftelijk mededeling aan degene die hem heeft aangezocht, onder vermelding van de vermoedelijke redenen tot wraking.
2. Een tot arbiter benoemde persoon doet de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de partijen zodra zijn benoeming heeft plaatsgevonden, tenzij zij deze mededeling reeds hebben ontvangen.
3. Een arbiter die hangende het arbitraal geding het vermoeden krijgt dat hij zou kunnen worden gewraakt, doet daarvan onder vermelding van de vermoedelijke redenen tot wraking schriftelijk mededeling aan de partijen en, indien het scheidsgerecht uit meer arbiters bestaat, aan de mede-arbiters.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Haarlem 13 januari 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BL1528
- Conclusie A-G de Bock 23 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:263
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2583
- Rb. Rotterdam 11 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6204
- Rb. Noord-Nederland 26 november 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:6076
- Rb. Noord-Holland 23 juni 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:4916
- Hof 's-Hertogenbosch 21 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:172
- Hof Den Haag 24 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1618
- Hof Amsterdam 17 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:140