Art. 1036 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Het arbitraal geding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Onverminderd de bepalingen van dwingend recht in deze titel, wordt het arbitraal geding gevoerd op de wijze als door de partijen is overeengekomen. Voorzover de partijen niet in de regeling van het arbitraal geding hebben voorzien, wordt dit, onverminderd het bepaalde in deze titel, gevoerd op de wijze als door het scheidsgerecht bepaald.
2. Het scheidsgerecht behandelt de partijen op voet van gelijkheid. Het scheidsgerecht stelt de partijen over en weer in de gelegenheid hun standpunten naar voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten en over alle bescheiden en andere gegevens die in het geding ter kennis van het scheidsgerecht zijn gebracht. Bij zijn beslissing baseert het scheidsgerecht zijn oordeel ten nadele van een der partijen niet op bescheiden en andere gegevens waarover die partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten.
3. Het scheidsgerecht waakt tegen onredelijke vertraging van het geding en treft zo nodig, op verzoek van een partij of uit eigen beweging, maatregelen. Partijen zijn tegenover elkaar verplicht onredelijke vertraging van het geding te voorkomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 22 oktober 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2677
- Hof 's-Hertogenbosch 19 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:128
- Conclusie A-G Langemeijer 25 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:850
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 29 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK2007
- Rb. Midden-Nederland 19 juli 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3701
- Rb. Den Haag 6 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2288
- Conclusie A-G Vlas 28 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:77
- Hof 's-Hertogenbosch 5 oktober 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3015
- Hof 's-Hertogenbosch 21 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:172
- Hof Den Haag 25 februari 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:254