Art. 1038d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Het arbitraal geding

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Een partij kan zijn vordering respectievelijk tegenvordering of de gronden daarvan veranderen of vermeerderen gedurende de arbitrale procedure, op voorwaarde dat de wederpartij daardoor in zijn verdediging niet onredelijk wordt bemoeilijkt of het geding daardoor niet onredelijk wordt vertraagd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen