Art. 76 Verordening (EU) 2024/1620, Begrotingsmiddelen

Verordening (EU) 2024/1620

1. Alle ontvangsten en uitgaven van de autoriteit worden elk begrotingsjaar, dat overeenkomt met het kalenderjaar, geraamd en de ramingen worden in de begroting van de autoriteit opgenomen.

2. De ontvangsten en uitgaven in de begroting van de autoriteit zijn in evenwicht.

3. Onverminderd andere middelen bestaan de ontvangsten van de autoriteit uit een combinatie van:

a) een in de algemene begroting van de Unie opgenomen bijdrage van de Unie;

b) de overeenkomstig artikel 77 door de geselecteerde en niet-geselecteerde meldingsplichtige entiteiten betaalde vergoedingen voor de in artikel 5, lid 2, punten a), b) en c), en lid 3, punten a) tot en met d), f) en g), genoemde taken;

c) eventuele vrijwillige financiële bijdragen van de lidstaten;

d) overeengekomen vergoedingen voor publicaties en voor opleidingen en andere door de Autoriteit verstrekte diensten, indien daarom specifiek is verzocht door een of meer FIE’s of hun tegenhangers in derde landen of door niet-AML/CFT-autoriteiten;

e) mogelijke financiering van de Unie in de vorm van bijdrageovereenkomsten of ad-hocsubsidies overeenkomstig de in artikel 81 bedoelde financiële regels van de Autoriteit en de bepalingen van de relevante instrumenten ter ondersteuning van het beleid van de Unie.

Het bedrag en de oorsprong van eventuele ontvangsten als bedoeld in de eerste alinea, punten b), c), d) en e), van dit lid worden opgenomen in de jaarrekeningen van de autoriteit en duidelijk gespecificeerd in het in artikel 80, lid 2, bedoelde jaarverslag over het budgettair en financieel beheer van de autoriteit.

4. De uitgaven van de autoriteit omvatten de bezoldiging van het personeel, de uitgaven voor administratie en infrastructuur en de werkingskosten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen