Art. 71 Verordening (EU) 2024/1620, Taken van de uitvoerend directeur
1. De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor het dagelijkse beheer van de autoriteit en streeft naar genderevenwicht en, in de mate waarin dat mogelijk is, naar geografisch evenwicht binnen de autoriteit. De uitvoerend directeur is in het bijzonder belast met de volgende taken:
a) de besluiten van de raad van bestuur uitvoeren;
b) het enig programmeringsdocument opstellen en indienen bij de raad van bestuur na raadpleging van de Commissie;
c) het enig programmeringsdocument uitvoeren en verslag over de uitvoering uitbrengen bij de raad van bestuur;
d) het ontwerp van het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van de autoriteit opstellen en ter beoordeling en goedkeuring aan de raad van bestuur voorleggen;
e) een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook van onderzoeken van OLAF, en regelmatig verslag over de geboekte vooruitgang uitbrengen aan de Commissie, de algemene raad en de raad van bestuur;
f) de financiële belangen van de Unie beschermen door, zonder afbreuk te doen aan de onderzoeksbevoegdheid van OLAF, preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te nemen, door doeltreffende controles uit te voeren en bij onregelmatigheden de ten onrechte betaalde bedragen terug te vorderen en door waar passend doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve, waaronder financiële, sancties op te leggen;
g) een fraudebestrijdingsstrategie voor de autoriteit opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur;
h) ontwerpen van financiële regels opstellen die van toepassing zijn op de autoriteit;
i) op grond van artikel 78 de ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven van de autoriteit als onderdeel van het ontwerp van enig programmeringsdocument opstellen en op grond van artikel 79 de begroting van de autoriteit uitvoeren;
j) een IT-beveiligingsstrategie voorbereiden en implementeren, waarbij wordt voorzien in passend risicobeheer voor alle door de autoriteit ontwikkelde of aangekochte IT-infrastructuur, -systemen en -diensten, alsook in voldoende financiering voor IT-beveiliging;
k) het jaarlijkse werkprogramma van de autoriteit uitvoeren onder toezicht van de raad van bestuur;
l) een ontwerpverslag opstellen waarin alle activiteiten van de autoriteit worden beschreven, met een hoofdstuk over financiële en administratieve aangelegenheden.
2. De uitvoerend directeur neemt andere maatregelen, met name de vaststelling van interne administratieve instructies en de publicatie van nota’s, die nodig zijn om de werking van de autoriteit overeenkomstig deze verordening te waarborgen.
3. De uitvoerend directeur beslist of het voor de efficiënte en doeltreffende uitvoering van de taken van de autoriteit noodzakelijk is een of meer personeelsleden te vestigen in een of meer lidstaten. Voordat de uitvoerend directeur besluit een lokaal kantoor op te richten, verkrijgt hij of zij daarvoor toestemming van de Commissie, de raad van bestuur en de betrokken lidstaat of lidstaten. In het besluit wordt omschreven welke activiteiten in dat lokale kantoor moeten worden uitgevoerd op zodanige wijze dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van de autoriteit worden voorkomen. Dienovereenkomstig wordt er een overeenkomst met de betrokken lidstaat of lidstaten gesloten.