Art. 75 Verordening (EU) 2024/1620, Uitsluiting en wraking

Verordening (EU) 2024/1620

1. Leden van de administratieve raad voor toetsing nemen niet deel aan een toetsingsprocedure wanneer zij daarbij enig persoonlijk belang hebben of voordien betrokken zijn geweest als vertegenwoordiger van een van de partijen in de procedure, of wanneer zij hebben deelgenomen aan de vaststelling van het besluit dat wordt getoetst.

2. Leden van de administratieve raad voor toetsing die om een van de in lid 1 genoemde redenen of om andere redenen menen niet aan een toetsingsprocedure te kunnen deelnemen, stellen de administratieve raad voor toetsing daarvan in kennis.

3. Elke partij bij de toetsingsprocedure mag een lid van de administratieve raad voor toetsing wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie verdacht wordt van partijdigheid. Zulke wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de toetsingsprocedure, terwijl zij op de hoogte was van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht. De nationaliteit van de leden mag niet als grond voor wraking worden aangevoerd.

4. De administratieve raad voor toetsing beslist in de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen zonder de deelname van het betrokken lid over de te ondernemen actie. Voor het nemen van die beslissing wordt het betrokken lid in de administratieve raad voor toetsing vervangen door zijn of haar plaatsvervanger.

Vorige artikelen

Volgende artikelen