Art. 78 Verordening (EU) 2024/1620, Vaststelling van de begroting

Verordening (EU) 2024/1620

1. Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van de autoriteit voor het volgende begrotingsjaar vast, met inbegrip van het personeelsformatieplan, en zendt hij of zij die toe aan de raad van bestuur.

2. Op basis van dat ontwerp stelt de raad van bestuur een voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van de autoriteit voor het volgende begrotingsjaar vast.

3. De definitieve ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van de autoriteit wordt jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toegezonden.

4. De Commissie zendt de raming samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie naar de begrotingsautoriteit.

5. Op basis van de raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor het personeelsformatieplan, alsook de subsidie ten laste van de algemene begroting, op in het ontwerp van algemene begroting van de Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 VWEU voorlegt aan de begrotingsautoriteit.

6. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de bijdrage aan de autoriteit goed.

7. De begrotingsautoriteit stelt het personeelsformatieplan van de autoriteit vast.

8. De begroting van de autoriteit wordt door de raad van bestuur vastgesteld. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. De begroting wordt zo nodig dienovereenkomstig aangepast.

Vorige artikelen

Volgende artikelen