Art. 74 Verordening (EU) 2024/1620, Toetsing van besluiten
1. Elke natuurlijke of rechtspersoon tot wie de autoriteit een op grond van artikel 6, lid 1, of artikel 21, 22, 23 of 77 vastgesteld besluit heeft gericht of die rechtstreeks en individueel door een dergelijk besluit wordt geraakt, mag bij de administratieve raad voor toetsing een verzoek om toetsing van dat besluit indienen.
2. Een verzoek om toetsing wordt, samen met de motivering ervan, schriftelijk bij de autoriteit ingediend binnen één maand vanaf de datum van kennisgeving van het besluit aan de betrokkene die om de toetsing verzoekt, dan wel, bij ontstentenis van zulke kennisgeving, vanaf de datum waarop het besluit de persoon die het verzoek om toetsing heeft ingediend ter kennis is gekomen.
3. Na het nemen van een besluit over de ontvankelijkheid van het verzoek om toetsing, brengt de administratieve raad voor toetsing advies uit binnen een termijn die, gelet op de urgentie van de zaak, als passend wordt aangemerkt, doch in ieder geval uiterlijk binnen twee maanden vanaf de ontvangst van het verzoek om toetsing, en verwijst hij de zaak naar de raad van bestuur met het oog op de opstelling van een nieuw besluit. De raad van bestuur houdt rekening met het advies van de administratieve raad voor toetsing en stelt onverwijld een nieuw besluit vast. Het oorspronkelijke besluit wordt bij het nieuwe besluit ingetrokken en vervangen door een inhoudelijk identiek besluit of een inhoudelijk gewijzigd besluit.
4. Een op grond van lid 2 ingediend verzoek om toetsing kan een verzoek omvatten om de toepassing van het aan een toetsingsprocedure onderworpen besluit te schorsen. De administratieve raad voor toetsing kan, indien hij van oordeel is dat de omstandigheden zulks vereisen en rekening houdend met het standpunt van de raad van bestuur, gelasten dat de toepassing van het betrokken besluit wordt geschorst totdat de raad van bestuur op grond van lid 3 een nieuw besluit vaststelt. Indien de administratieve raad voor toetsing niet binnen 14 dagen een besluit neemt over het verzoek tot schorsing, wordt dat verzoek geacht te zijn afgewezen.
5. Het advies van de administratieve raad voor toetsing en het nieuwe, op grond van dit artikel door de raad van bestuur genomen besluit worden met redenen omkleed en ter kennis van de partijen gebracht.
6. De autoriteit neemt een besluit tot vaststelling van het reglement van orde van de administratieve raad voor toetsing.