Art. 84 Verordening (EU) 2024/1351, Overgangsmaatregelen

Verordening (EU) 2024/1351

1. Bij verzoeken die na 1 juli 2026 worden geregistreerd, wordt rekening gehouden met feiten die waarschijnlijk de verantwoordelijkheid van een lidstaat uit hoofde van deze verordening met zich meebrengt, zelfs als ze dateren van vóór die datum.

2. Welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat vóór 1 juli 2026 is geregistreerd, wordt bepaald volgens de in Verordening (EU) nr. 604/2013 vastgelegde criteria.

3. Uiterlijk op 12 september 2024 dient de Commissie, in nauwe samenwerking met de betrokken organen, instanties en agentschappen van de Unie en de lidstaten, een gemeenschappelijk uitvoeringsplan in bij de Raad, waarin lacunes en de vereiste operationele stappen worden beoordeeld, om ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoende voorbereid zijn om deze verordening uiterlijk op 1 juli 2026 uit te voeren, en stelt zij het Europees Parlement daarvan in kennis.

Op basis van dat gemeenschappelijk uitvoeringsplan stelt elke lidstaat, met de steun van de Commissie en de betrokken organen, instanties en agentschappen van de Unie, uiterlijk op 12 december 2024 een nationaal uitvoeringsplan op, met de acties en het tijdschema voor de uitvoering daarvan. Elke lidstaat voltooit de uitvoering van zijn plan uiterlijk op 1 juli 2026.

Voor de toepassing van dit artikel kunnen de lidstaten gebruikmaken van de steun van de betrokken organen, instanties en agentschappen van de Unie en kunnen fondsen van de Unie de lidstaten financiële steun verlenen overeenkomstig de op die organen, instanties, agentschappen en fondsen toepasselijke rechtshandelingen.

De Commissie houdt nauwlettend toezicht op de uitvoering van de in de tweede alinea bedoelde nationale uitvoeringsplannen.

De Commissie geeft in de eerste twee verslagen bedoeld in artikel 9 een overzicht van de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het in dit bedoelde gemeenschappelijk uitvoeringsplan en de in dit lid bedoelde nationale uitvoeringsplannen.

In afwachting van de in de vijfde alinea van dit lid bedoelde verslagen, licht de Commissie het Europees Parlement en de Raad om de zes maanden in over de stand van de uitvoering van het in dit bedoelde gemeenschappelijk uitvoeringsplan en de in dit bedoelde nationale uitvoeringsplannen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen