Art. 79 Verordening (EU) 2024/1351, Toezicht en evaluatie
Uiterlijk op 1 februari 2028 en vervolgens jaarlijks toetst de Commissie de werking van de in deel IV van deze verordening bedoelde maatregelen en brengt zij verslag uit over de uitvoering van de in deze verordening vervatte maatregelen. Het verslag wordt aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd.
Op gezette tijden en ten minste om de drie jaar toetst de Commissie de relevantie van de in artikel 12, lid 2, punten a) en b), vermelde aantallen en de algemene werking van deel III van deze verordening, met inbegrip van de vraag of de definitie van gezinsleden en de duur van de in dat deel vastgelegde termijnen moet worden gewijzigd, ten aanzien van de algemene migratiesituatie.
Uiterlijk op 1 juli 2031, en vervolgens om de vijf jaar, verricht de Commissie een evaluatie van deze verordening, met bijzondere aandacht voor het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid zoals verankerd in artikel 80 VWEU. De Commissie dient bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslagen in over de belangrijkste bevindingen van die evaluatie. De lidstaten verstrekken de Commissie uiterlijk zes maanden vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de Commissie elk verslag moet indienen alle gegevens die nodig zijn voor de opstelling van de verslagen.