Art. 6 Verordening (EU) 2021/267, Verlenging van de in Verordening (EG) nr. 1071/2009 vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2021/267

1. Niettegenstaande artikel 13, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1071/2009, als een bevoegde instantie met betrekking tot de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 vaststelt dat niet is voldaan aan de in artikel 5, onder b) en c), van die verordening gestelde eisen betreffende het voertuig dat of de voertuigen die de wegvervoeronderneming ter beschikking moet houden en gebruiken, of op basis van de jaarrekeningen en certificaten als bedoeld in artikel 7, leden 1 en 2, van die verordening voor boekjaren die de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 geheel of gedeeltelijk bestrijken, vaststelt dat een vervoersonderneming niet voldoet aan de eis inzake financiële draagkracht zoals vastgesteld in artikel 3, lid 1, onder c), van die verordening, mogen de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijnen voor de toepassing van artikel 13, lid 1, onder b) en c), van die verordening niet langer dan twaalf maanden zijn.

2. Niettegenstaande artikel 13, lid 1, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1071/2009, als de bevoegde instantie tussen 28 mei 2020 en 23 februari 2021 heeft vastgesteld dat een vervoersonderneming niet voldoet aan de eisen betreffende het voertuig dat of de voertuigen die de wegvervoeronderneming ter beschikking moet houden en gebruiken, zoals vastgesteld in artikel 5, onder b) en c), van die verordening, of niet voldoet aan de eis inzake financiële draagkracht zoals vastgesteld in artikel 3, lid 1, onder c), van die verordening, en een termijn heeft vastgesteld binnen welke de vervoersonderneming de situatie moet regulariseren, mag de bevoegde autoriteit die termijn verlengen op voorwaarde dat hij niet is verlopen op 23 februari 2021. De aldus verlengde termijn mag niet meer dan twaalf maanden bedragen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen