Art. 4 Verordening (EU) 2021/267, Verlenging van de in Verordening (EU) nr. 165/2014 vastgestelde termijnen
1. Niettegenstaande artikel 23 van Verordening (EU) nr. 165/2014 worden de in lid 1 van dat artikel bedoelde regelmatige inspecties die overeenkomstig dat lid anders hadden moeten of zouden moeten plaatsvinden tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, uitgevoerd uiterlijk tien maanden na de datum waarop zij overeenkomstig dat artikel anders hadden moeten plaatsvinden.
2. Niettegenstaande artikel 28 van Verordening (EU) nr. 165/2014 geven de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, als een bestuurder tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 overeenkomstig lid 1 van dat artikel een aanvraag voor de vernieuwing van zijn bestuurderskaart indient, uiterlijk twee maanden na ontvangst van dat verzoek een nieuwe bestuurderskaart af. Totdat de bestuurder een nieuwe bestuurderskaart ontvangt van de autoriteiten die de kaart afgeven, is artikel 35, lid 2, van die verordening van overeenkomstige toepassing op de bestuurder, op voorwaarde dat hij kan aantonen dat de vernieuwing van de bestuurderskaart werd aangevraagd overeenkomstig artikel 28, lid 1, van die verordening.
3. Niettegenstaande artikel 29, lid 4, van Verordening (EU) nr. 165/2014, geven de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, als een bestuurder tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 overeenkomstig lid 4 van dat artikel een aanvraag voor de vervanging van een bestuurderskaart indient, uiterlijk twee maanden na ontvangst van het verzoek een vervangende kaart af. Niettegenstaande artikel 29, lid 5, van Verordening (EU) nr. 165/2014 mag de bestuurder blijven rijden tot hij van de autoriteiten die de bestuurderskaart afgeven een nieuwe kaart ontvangt, mits de bestuurder kan aantonen dat hij de bestuurderskaart naar de bevoegde autoriteit heeft teruggezonden als deze defect of beschadigd was en een nieuwe kaart heeft aangevraagd.
4. Een lidstaat die van oordeel is dat regelmatige inspecties of de vernieuwing of vervanging van bestuurderskaarten zoals vereist bij Verordening (EU) nr. 165/2014 waarschijnlijk tot na 30 juni 2021 onmogelijk zullen blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in de leden 1, 2 en 3 genoemde perioden, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, op de periode van tien maanden of op de toepasselijke termijnen voor de afgifte van een nieuwe bestuurderskaart, of een combinatie daarvan. Verzoeken moeten uiterlijk 31 mei 2021 bij de Commissie worden ingediend.
5. Als de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 4 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan en dat de gevraagde verlenging geen onevenredige risico’s inhoudt voor de veiligheid en de beveiliging van het vervoer, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de in de leden 1, 2 en 3 genoemde termijnen te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin de regelmatige inspecties of de vernieuwing dan wel de vervanging van bestuurderskaarten naar verwachting onmogelijk zal blijven, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.
De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
6. Als een lidstaat geen moeilijkheden heeft ondervonden en naar verwachting geen moeilijkheden zal ondervinden die regelmatige inspecties of de vernieuwing of vervanging van bestuurderskaarten tijdens de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 onmogelijk maken als gevolg van de door het voortduren van de COVID-19-crisis veroorzaakte buitengewone omstandigheden, of passende nationale maatregelen heeft genomen om dergelijke moeilijkheden te beperken, kan die lidstaat besluiten de leden 1, 2 en 3 niet toe te passen. De lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 3 maart 2021 in kennis van zijn besluit. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De lidstaat die zoals bepaald in de eerste alinea van dit lid besloten heeft de leden 1, 2 en 3 niet toe te passen, mag de grensoverschrijdende activiteiten van marktdeelnemers of personen die hebben vertrouwd op de in de leden 1, 2 en 3 vervatte afwijkingen die van toepassing zijn in een andere lidstaat, niet belemmeren.