Art. 2 Verordening (EU) 2021/267, Verlenging van de in Richtlijn 2003/59/EG vastgestelde termijnen
1. Niettegenstaande artikel 8, leden 2 en 3, van Richtlijn 2003/59/EG, worden de termijnen waarbinnen de houder van een getuigschrift van vakbekwaamheid de nascholing moet voltooien, die overeenkomstig die bepalingen anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, in elk geval geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van tien maanden. Het getuigschrift van vakbekwaamheid blijft dienovereenkomstig geldig.
2. De termijnen waarbinnen de houder van een getuigschrift van vakbekwaamheid de nascholing moet voltooien, die door de toepassing van artikel 2 van Verordening (EU) 2020/698 anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, worden geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van zes maanden of tot en met 1 juli 2021, naargelang wat zich het laatst voordoet. Het getuigschrift van vakbekwaamheid blijft dienovereenkomstig geldig.
3. De geldigheid van de geharmoniseerde Uniecode “95”, als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2006/126/EG, die door de bevoegde autoriteiten wordt aangebracht op het rijbewijs of op de in artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2003/59/EG bedoelde kwalificatiekaart bestuurder op basis van het in lid 1 van dat artikel bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid, wordt geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van tien maanden vanaf de op het individuele rijbewijs of de individuele kwalificatiekaart bestuurder vermelde datum.
4. De geldigheid van de geharmoniseerde Uniecode “95”, als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2006/126/EG, die door de bevoegde autoriteiten wordt aangebracht op het rijbewijs of op de in artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2003/59/EG bedoelde kwalificatiekaart bestuurder op basis van het in lid 1 van dat artikel bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid, die door de toepassing van artikel 2 van Verordening (EU) 2020/698 anders zou zijn verstreken of zou verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, wordt geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van zes maanden of tot en met 1 juli 2021, naargelang wat zich het laatst voordoet.
5. De geldigheid van de in bijlage II bij Richtlijn 2003/59/EG bedoelde kwalificatiekaarten bestuurders die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, wordt geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van tien maanden vanaf de op de individuele kaart vermelde vervaldatum.
6. De geldigheid van de in bijlage II bij Richtlijn 2003/59/EG bedoelde kwalificatiekaarten bestuurders die door de toepassing van artikel 2 van Verordening (EU) 2020/698 anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, wordt geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van zes maanden of tot en met 1 juli 2021, naargelang wat zich het laatst voordoet.
7. Een lidstaat die van oordeel is dat het volgen van nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van de kwalificatiekaart bestuurder wellicht onmogelijk zal blijven tot na 30 juni 2021 als gevolg van maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in de leden 1, 3 en 5 vermelde perioden, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, of op de in de leden 1, 3 en 5 vermelde perioden van tien maanden, naargelang het geval. Verzoeken moeten uiterlijk 31 mei 2021 bij de Commissie worden ingediend.
8. Als de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 7 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan en dat de gevraagde verlenging geen onevenredige risico’s inhoudt voor de veiligheid en de beveiliging van het vervoer, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de in de leden 1, 3 en 5 genoemde termijnen te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin het voltooien van de betreffende nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van kwalificatiekaarten bestuurder naar verwachting onmogelijk zal blijven, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.
De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.
9. Als een lidstaat geen moeilijkheden heeft ondervonden en naar verwachting geen moeilijkheden zal ondervinden die het voltooien van de nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van kwalificatiekaarten bestuurder tijdens de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 onmogelijk maken als gevolg van de door het voortduren van de COVID-19-crisis veroorzaakte buitengewone omstandigheden, of passende nationale maatregelen heeft genomen om dergelijke moeilijkheden te beperken, kan die lidstaat besluiten de leden 1, 2, 3, 4, 5 of 6 niet toe te passen. De lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 3 maart 2021 in kennis van zijn besluit. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie.
De lidstaat die zoals bepaald in de eerste alinea van dit lid besloten heeft de leden 1, 2, 3, 4, 5 of 6 niet toe te passen, mag de grensoverschrijdende activiteiten van marktdeelnemers of personen die hebben vertrouwd op de in de leden 1, 2, 3, 4, 5 of 6 vervatte afwijkingen die van toepassing zijn in een andere lidstaat, niet belemmeren.