Art. 3 Verordening (EU) 2021/267, Verlenging van de in Richtlijn 2006/126/EG vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2021/267

1. Niettegenstaande artikel 7 van Richtlijn 2006/126/EG en punt 3, d), van bijlage I bij die Richtlijn, wordt de geldigheid van rijbewijzen die overeenkomstig die bepalingen anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van tien maanden vanaf de op het individuele rijbewijs vermelde vervaldatum.

2. De geldigheid van de in artikel 7 van Richtlijn 2006/126/EG en in punt 3, onder d), van bijlage I bij die richtlijn bedoelde rijbewijzen die door de toepassing van artikel 3 van Verordening (EU) 2020/698 anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021, wordt geacht te worden of te zijn verlengd met een periode van zes maanden of tot en met 1 juli 2021, naargelang wat zich het laatst voordoet.

3. Een lidstaat die van oordeel is dat de verlenging van rijbewijzen waarschijnlijk tot na 30 juni 2021 onmogelijk zal blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in lid 1 genoemde perioden te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 en/of op de periode van tien maanden. Verzoeken moeten uiterlijk 31 mei 2021 bij de Commissie worden ingediend.

4. Als de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 3 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan en dat de gevraagde verlenging geen onevenredige risico’s inhoudt voor de veiligheid en de beveiliging van het vervoer, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de in lid 1 genoemde termijnen te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin de verlenging van het rijbewijs naar verwachting onmogelijk zal blijven, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.

De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. Als een lidstaat geen moeilijkheden heeft ondervonden en naar verwachting geen moeilijkheden zal ondervinden die de vernieuwing van rijbewijzen tijdens de periode tussen 1 september 2020 en 30 juni 2021 onmogelijk maken als gevolg van de door het voortduren van de COVID-19-crisis veroorzaakte buitengewone omstandigheden, of passende nationale maatregelen heeft genomen om dergelijke moeilijkheden te beperken, kan die lidstaat besluiten lid 1 of 2 niet toe te passen. De lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 3 maart 2021 in kennis van zijn besluit. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De lidstaat die zoals bepaald in de eerste alinea van dit lid besloten heeft lid 1 of 2 niet toe te passen, mag de grensoverschrijdende activiteiten van marktdeelnemers of personen die hebben vertrouwd op de in lid 1 of 2 vervatte afwijkingen die van toepassing zijn in een andere lidstaat, niet belemmeren.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen