Art. 14 Verordening (EU) 2020/698, Verlenging van de in Richtlijn 96/50/EG vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2020/698

1. Niettegenstaande artikel 6, lid 2, van Richtlijn 96/50/EG worden de termijnen voor het ondergaan van een geneeskundig onderzoek die overeenkomstig die bepaling anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van zes maanden. De vaarbewijzen van personen op wie de in artikel 6, lid 2, van die richtlijn bedoelde verplichting rust om een geneeskundig onderzoek te ondergaan, blijven dienovereenkomstig geldig.

2. Indien een lidstaat van oordeel is dat het ondergaan van geneeskundige onderzoeken waarschijnlijk tot na 31 augustus 2020 onmogelijk zal blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan hij een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in lid 1 genoemde termijnen te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 en/of de periode van zes maanden vermeld in lid 1. Verzoeken moeten uiterlijk op 1 augustus 2020 bij de Commissie worden ingediend.

3. Indien de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 2 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de in lid 1 genoemde perioden te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin het ondergaan van geneeskundige onderzoeken naar verwachting onmogelijk zal zijn, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.

De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen