Art. 17 Verordening (EU) 2020/698, Verlenging van de in Richtlijn 2005/65/EG vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2020/698

1. Niettegenstaande artikel 10 van Richtlijn 2005/65/EG, worden de termijnen voor het uitvoeren van de evaluatie van havenveiligheidsbeoordelingen en havenveiligheidsplannen die overeenkomstig dat artikel anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van telkens zes maanden, maar hoe dan ook niet tot na 30 november 2020.

2. Niettegenstaande artikel 7, lid 7, van Richtlijn 2005/65/EG en bijlage III bij die richtlijn, worden de termijnen van 18 maanden voor het voltooien van de opleidingsoefeningen die overeenkomstig die bijlage anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van telkens zes maanden, doch hoe dan ook niet tot na 30 november 2020.

3. Voor de toepassing van het voorschrift in bijlage III bij Richtlijn 2005/65/EG, waarin bepaald is dat er minstens eenmaal per kalenderjaar opleidingsoefeningen moeten worden uitgevoerd, worden de opleidingsoefeningen die in 2021 worden uitgevoerd gedurende de periode waarvoor op grond van lid 4 van dit artikel machtiging is verleend, ook geacht te zijn uitgevoerd in 2020.

4. Indien een lidstaat van oordeel is dat het verrichten van evaluaties van havenveiligheidsbeoordelingen en havenveiligheidsplannen of het verrichten van opleidingsoefeningen waarschijnlijk tot na 31 augustus 2020 onmogelijk zal blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan hij een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in de leden 1 en 2 genoemde perioden en uiterste termijnen, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020, en/of op de uiterste termijnen en/of op de periodes van zes maanden vermeld in respectievelijk lid 1 en lid 2. Verzoeken moeten uiterlijk op 1 augustus 2020 bij de Commissie worden ingediend.

5. Indien de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 4 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de respectievelijk in de leden 1 en 2 genoemde perioden en uiterste termijnen te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling de periode waarin evaluaties van havenveiligheidsbeoordelingen en havenveiligheidsplannen of opleidingen naar verwachting onmogelijk zullen zijn, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.

De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen