Art. 11 Verordening (EU) 2020/698, Verlenging van de in Richtlijn 2007/59/EG vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2020/698

1. Niettegenstaande artikel 14, lid 5, van Richtlijn 2007/59/EG, wordt de geldigheid van vergunningen die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van zes maanden vanaf de in die vergunningen vermelde vervaldatum.

2. Niettegenstaande artikel 16 van Richtlijn 2007/59/EG en de bijlagen II en VII bij die richtlijn, worden de termijnen voor het ondergaan van periodieke controles die overeenkomstig die bepalingen anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van telkens zes maanden. De in artikel 14 bedoelde vergunningen en de in artikel 15 van die richtlijn bedoelde bevoegdheidsbewijzen blijven dienovereenkomstig geldig.

3. Indien een lidstaat van oordeel is dat de vernieuwing van vergunningen of de organisatie van periodieke controles waarschijnlijk tot na 31 augustus 2020 onmogelijk zal blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan hij een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in de leden 1 en 2 genoemde perioden, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 en/of de periode van zes maanden vermeld in respectievelijk lid 1 en lid 2. Verzoeken moeten uiterlijk op 1 augustus 2020 bij de Commissie worden ingediend.

4. Indien de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 3 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de respectievelijk in de leden 1 en 2 genoemde perioden te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin de vernieuwing van vergunningen of de organisatie van periodieke controles naar verwachting onmogelijk zal zijn, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.

De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

5. Indien een lidstaat geen moeilijkheden heeft gekend en naar verwachting geen moeilijkheden zal kennen die het vernieuwen van vergunningen of het voltooien van periodieke controles tijdens de periode tussen 1 maart 2020 en 31 augustus 2020 onmogelijk maken als gevolg van de buitengewone omstandigheden veroorzaakt door de uitbraak van COVID-19, of passende nationale maatregelen heeft getroffen om die moeilijkheden te beperken, kan die lidstaat besluiten de leden 1 en 2 niet toe te passen nadat hij dit eerst aan de Commissie heeft meegedeeld. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De lidstaat die zoals bepaald in de eerste alinea besloten heeft de leden 1 en 2 niet toe te passen, mag de grensoverschrijdende activiteiten van marktdeelnemers of personen die hebben vertrouwd op de in de leden 1 en 2 vervatte afwijkingen die van toepassing zijn in een andere lidstaat, niet beletten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen