Art. 208 Verordening (EU) 2018/1046, Toepassingsgebied en uitvoering
1. Wanneer dit de beste manier blijkt te zijn om de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken, kan de Unie financieringsinstrumenten instellen of begrotingsgaranties of financiële bijstand uit de begroting verstrekken door middel van een basishandeling waarin het toepassingsgebied en de uitvoeringsperiode worden bepaald.
2. De lidstaten kunnen bijdragen aan de financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties of financiële bijstand van de Unie. Indien de basishandeling dat toestaat, kunnen derden ook bijdragen.
3. Indien financieringsinstrumenten in gedeeld beheer met de lidstaten worden uitgevoerd, zijn sectorspecifieke regels van toepassing.
4. Indien financieringsinstrumenten of begrotingsgaranties in indirect beheer worden uitgevoerd, sluit de Commissie overeenkomsten met entiteiten overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c), punten ii), iii), v) en vi). Indien de systemen, regels en procedures van die entiteiten zijn beoordeeld overeenkomstig artikel 154, lid 4, mogen de entiteiten volledig op die systemen, regels en procedures vertrouwen. Die entiteiten kunnen bij de uitvoering van financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties in indirect beheer overeenkomsten sluiten met financieel intermediairs die worden geselecteerd overeenkomstig procedures die gelijkwaardig zijn aan die van de Commissie. Die entiteiten zetten de eisen uit hoofde van artikel 155, lid 2, in die overeenkomsten om.
De Commissie blijft de verantwoordelijkheid houden om ervoor te zorgen dat het uitvoeringskader voor financieringsinstrumenten voldoet aan het beginsel van goed financieel beheer en bijdraagt aan de verwezenlijking van gedefinieerde en aan een termijn gebonden beleidsdoelstellingen, welke meetbaar zijn voor wat betreft outputs en/of resultaten. De Commissie is aansprakelijk voor de uitvoering van de financieringsinstrumenten, onverlet de krachtens de toepasselijke wetgeving en artikel 129 geldende wettelijke en contractuele verantwoordelijkheid van de entiteit waaraan de uitvoering is toevertrouwd.
Wanneer derde landen overeenkomstig lid 2 aan financieringsinstrumenten of begrotingsgaranties bijdragen, kan de basishandeling toestaan dat in aanmerking komende uitvoerende entiteiten of tegenpartijen uit de betrokken landen worden aangewezen.
5. De Rekenkamer heeft volledige inzage in informatie betreffende financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties en financiële bijstand, onder meer door middel van controles ter plaatse.
De Rekenkamer is de verantwoordelijke extern controleur voor projecten en programma’s die worden ondersteund door een financieringsinstrument, een begrotingsgarantie of financiële bijstand.