Art. 202 Verordening (EU) 2018/1046, Bedrag van de subsidie en uitbreiding van auditbevindingen

Verordening (EU) 2018/1046

1. Het bedrag van de subsidie wordt pas definitief vastgesteld nadat de bevoegde ordonnateur de eindverslagen en, in voorkomend geval, de rekeningen heeft goedgekeurd, onverminderd latere audits, toetsen en onderzoeken door de betrokken instelling van de Unie, OLAF of de Rekenkamer. Artikel 131, lid 4, is van toepassing ook nadat het bedrag van de subsidie definitief is geworden.

2. Wanneer controles of audits stelselmatige of terugkerende onregelmatigheden, fraude of niet-nagekomen verplichtingen aan het licht brengen die aan de begunstigde zijn toe te schrijven en van grote invloed zijn op een aantal subsidies die aan deze begunstigde onder soortgelijke voorwaarden zijn toegekend, kan de bevoegde ordonnateur de uitvoering van de subsidieovereenkomst of betalingen op grond van alle betrokken subsidies schorsen of, zo nodig, de betrokken subsidieovereenkomsten met die begunstigde beëindigen, gelet op de ernst van de bevindingen.

Daarnaast kan de bevoegde ordonnateur de subsidies verlagen, niet-subsidiabele kosten afwijzen en ten onrechte betaalde bedragen terugvorderen met betrekking tot alle subsidies die door de in de eerste alinea bedoelde stelselmatige of terugkerende onregelmatigheden, fraude of niet-nagekomen verplichtingen zijn getroffen, welke overeenkomstig de getroffen subsidieovereenkomsten kunnen worden onderworpen aan audits, toetsen en onderzoeken.

3. De bevoegde ordonnateur bepaalt de bedragen die in mindering moeten worden gebracht of moeten worden teruggevorderd, voor zover mogelijk en haalbaar, op basis van de ten onrechte als subsidiabel aangemerkte kosten voor elke betrokken subsidie, na aanvaarding van de door de begunstigde ingediende herziene verslagen en financiële staten.

4. Wanneer het niet mogelijk of haalbaar is om het bedrag van de niet-subsidiabele kosten voor elke betrokken subsidie nauwkeurig te becijferen, kunnen de in mindering te brengen of terug te vorderen bedragen worden bepaald door het verminderings- of terugvorderingstarief dat wordt toegepast op subsidies waarvoor stelselmatige of terugkerende onregelmatigheden, fraude of niet-nagekomen verplichtingen zijn vastgesteld, te extrapoleren of, indien de niet-subsidiabele kosten niet als basis kunnen dienen voor de bepaling van de in mindering te brengen of terug te vorderen bedragen, door een forfaitaire heffing toe te passen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. De begunstigde krijgt de gelegenheid om een terdege gemotiveerde alternatieve methode of heffing voor te stellen alvorens de mindering of terugvordering plaatsvindt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen