Art. 200 Verordening (EU) 2018/1046, Evaluatieprocedure

Verordening (EU) 2018/1046

1. De voorstellen worden op basis van de vooraf bekendgemaakte selectie- en toekenningscriteria geëvalueerd om te bepalen welke voorstellen voor financiering in aanmerking komen.

2. De bevoegde ordonnateur verdeelt, zo nodig, het evaluatieproces in verschillende procedurele fasen. De regels die van toepassing zijn op het evaluatieproces, worden in de oproep tot het indienen van voorstellen bekendgemaakt.

De aanvragers wier voorstellen in een van de fasen worden afgewezen, worden ingelicht overeenkomstig lid 7.

Dezelfde documenten en informatie mogen gedurende dezelfde procedure niet meer dan eenmaal worden gevraagd.

3. Het in artikel 150 bedoelde evaluatiecomité of, zo nodig, de bevoegde ordonnateur kan een aanvrager verzoeken aanvullende informatie te verstrekken of overeenkomstig artikel 151 opheldering te verschaffen omtrent de bewijsstukken. De ordonnateur houdt een passend register bij van al zijn contacten met aanvragers gedurende de procedure.

4. Wanneer de werkzaamheden van het evaluatiecomité zijn voltooid, tekenen de leden ervan een proces-verbaal waarin alle onderzochte voorstellen worden opgenomen, de kwaliteit ervan wordt beoordeeld en wordt vastgesteld welke voor financiering in aanmerking komen.

Zo nodig wordt in dit proces-verbaal een rangorde van de onderzochte voorstellen opgesteld en worden aanbevelingen gedaan inzake het maximaal toe te kennen bedrag en eventuele niet-essentiële aanpassingen van de subsidieaanvraag.

Het proces-verbaal wordt bewaard zodat het later kan worden geraadpleegd.

5. De bevoegde ordonnateur kan een aanvrager uitnodigen zijn aanvraag aan te passen in het licht van de aanbevelingen van het evaluatiecomité. De ordonnateur houdt een passend register bij van al zijn contacten met aanvragers gedurende de procedure.

6. De bevoegde ordonnateur neemt op basis van de evaluatie een besluit waarin ten minste worden vermeld:

a) het voorwerp en het totale bedrag van het besluit;

b) de namen van de geselecteerde aanvragers, de omschrijving van de acties, de toegekende bedragen en de redenen voor deze keuze, met inbegrip van de gevallen waarin hij van het advies van het evaluatiecomité afwijkt;

c) de namen van de afgewezen aanvragers en de redenen voor deze afwijzing.

7. De bevoegde ordonnateur brengt de aanvrager schriftelijk op de hoogte van het gevolg dat aan zijn aanvraag is gegeven. Indien de gevraagde subsidie niet wordt toegekend, deelt de desbetreffende instelling van de Unie de redenen voor de afwijzing van de aanvraag mee. De afgewezen aanvragers worden zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen 15 kalenderdagen nadat de geselecteerde aanvragers zijn geïnformeerd, in kennis gesteld van de uitkomst van de evaluatie van hun aanvraag.

8. Voor subsidies toegekend overeenkomstig artikel 195 kan de bevoegde ordonnateur:

a) besluiten de leden 2 en 4 van dit artikel en artikel 150 niet toe te passen;

b) de inhoud van het evaluatieverslag en het toekenningsbesluit samenvoegen in één document en het ondertekenen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen