Art. 139 Verordening (EU) 2018/1046, Duur van de uitsluiting en verjaringstermijn

Verordening (EU) 2018/1046

1. De duur van de uitsluiting bedraagt niet meer dan:

a) de duur die eventueel is vastgesteld in de definitieve rechterlijke beslissing of het definitief administratief besluit van een lidstaat;

b) bij ontstentenis van een definitieve rechterlijke beslissing of een definitief administratief besluit:

i) vijf jaar voor de in artikel 136, lid 1, onder d), bedoelde gevallen;

ii) drie jaar voor de in artikel 136, lid 1, onder c) en e) tot en met h), bedoelde gevallen.

Een in artikel 135, lid 2, bedoelde persoon of entiteit wordt uitgesloten zolang hij in een van de in artikel 136, lid 1, onder a) en b), bedoelde uitsluitingssituaties verkeert.

2. De verjaringstermijn voor uitsluiting en/of het opleggen van financiële sancties aan een in artikel 135, lid 2, bedoelde persoon of entiteit bedraagt vijf jaar, gerekend vanaf een van de volgende data:

a) de datum waarop het gedrag dat aanleiding geeft tot uitsluiting, is vertoond of, bij voortduring of herhaling, de datum waarop het gedrag ophoudt, in de in artikel 136, lid 1, onder b) tot en met e) en g) en h), vermelde gevallen;

b) de datum van de definitieve rechterlijke beslissing van een nationale rechterlijke instantie of van het definitief administratief besluit in de in artikel 136, lid 1, onder b), c), d), g) en h) vermelde gevallen.

De verjaringstermijn wordt gestuit door enige handeling van een nationale autoriteit, van de Commissie, van OLAF, van EOM ten aanzien van de lidstaten die uit hoofde van Verordening (EU) 2017/1939 deelnemen aan nauwere samenwerking, van de in artikel 143 van deze verordening bedoelde instantie of enige bij de uitvoering van de begroting betrokken entiteit, wanneer de in artikel 135, lid 2, van deze verordening bedoelde persoon of entiteit van deze handeling in kennis wordt gesteld en de handeling betrekking heeft op het onderzoek of de gerechtelijke procedure. Een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen op de dag volgend op de stuiting.

Voor de toepassing van artikel 136, lid 1, onder f), van deze verordening geldt de verjaringstermijn voor het uitsluiten van een in artikel 135, lid 2, van deze verordening bedoelde persoon of entiteit en/of het opleggen van financiële sancties aan een ontvanger die is vastgelegd in artikel 3 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95.

Wanneer het gedrag van een in artikel 135, lid 2, van deze verordening bedoelde persoon of entiteit onder verschillende van de in artikel 136, lid 1, van deze verordening genoemde redenen valt, geldt de verjaringstermijn van toepassing op de meest zwaarwegende reden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen