Art. 138 Verordening (EU) 2018/1046, Financiële sancties

Verordening (EU) 2018/1046

1. Met het oog op een afschrikkende werking kan de bevoegde ordonnateur, rekening houdend, in voorkomend geval, met de aanbeveling van de in artikel 143 bedoelde instantie, een financiële sanctie opleggen aan een ontvanger ten aanzien van wie een juridische verbintenis is aangegaan en die in een uitsluitingssituatie verkeert als bedoeld in artikel 136, lid 1, onder c), d), e) of f).

Wat de in artikel 136, lid 1, onder c) tot en met f), bedoelde uitsluitingssituaties betreft, kan de financiële sanctie worden opgelegd als alternatief voor een besluit tot uitsluiting van een ontvanger, indien die uitsluiting buiten verhouding zou zijn op basis van de criteria in artikel 136, lid 3.

Wat de in artikel 136, lid 1, onder c), d) en e), bedoelde uitsluitingssituaties betreft, kan de financiële sanctie worden opgelegd naast een uitsluiting, wanneer dit nodig is om de financiële belangen van de Unie te beschermen omdat de ontvanger systematisch en herhaald gedrag heeft vertoond met het voornemen op onrechtmatige wijze middelen van de Unie te verkrijgen.

Niettegenstaande de eerste, de tweede en de derde alinea van dit lid wordt een financiële sanctie niet opgelegd aan een ontvanger die overeenkomstig artikel 137 heeft bekendgemaakt dat hij zich in een uitsluitingssituatie bevindt.

2. Het bedrag van de financiële sanctie is niet hoger dan 10 % van de totale waarde van de juridische verbintenis. In het geval van een met meerdere begunstigden ondertekende subsidieovereenkomst is de financiële sanctie niet hoger dan 10 % van het bedrag van de subsidie waarop de betrokken begunstigde overeenkomstig de subsidieovereenkomst recht heeft.

Vorige artikelen

Volgende artikelen