Art. 135 Verordening (EU) 2018/1046, Bescherming van de financiële belangen van de Unie door opsporing van risico’s, uitsluiting en oplegging van financiële sancties
1. Ter bescherming van de financiële belangen van de Unie zet de Commissie een systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting op, dat zij beheert.
Dit systeem heeft ten doel het volgende te vergemakkelijken:
a) de vroegtijdige opsporing van in lid 2 bedoelde personen of entiteiten die een risico vormen voor de financiële belangen van de Unie;
b) de uitsluiting van in lid 2 bedoelde personen of entiteiten die in een van de in artikel 136, lid 1, genoemde uitsluitingssituaties verkeren;
c) het opleggen van een financiële sanctie aan een ontvanger overeenkomstig artikel 138.
2. Het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting is van toepassing op:
a) deelnemers en ontvangers;
b) entiteiten waarop de gegadigde of inschrijver voornemens is een beroep te doen, of subcontractanten van een contractant;
c) elke persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt bij de uitvoering van de begroting overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c), en artikel 154, lid 4, aan de hand van informatie die is meegedeeld overeenkomstig artikel 155, lid 6;
d) elke persoon of entiteit die middelen van de Unie ontvangt uit hoofde van financieringsinstrumenten die bij wijze van uitzondering worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder a);
e) deelnemers of ontvangers over wie entiteiten die de begroting overeenkomstig artikel 63 uitvoeren, informatie hebben verstrekt, zoals die conform sectorspecifieke regelgeving door de lidstaten is doorgegeven, overeenkomstig artikel 142, lid 2, onder d);
f) sponsors als bedoeld in artikel 26.
3. Het besluit tot registratie van informatie over vroegtijdige opsporing met betrekking tot de in lid 1, tweede lid, onder a), van dit artikel bedoelde risico’s, tot uitsluiting van in lid 2 bedoelde personen of entiteiten en/of tot oplegging van een financiële sanctie aan een ontvanger, wordt genomen door de bevoegde ordonnateur. Informatie met betrekking tot dergelijke besluiten wordt opgenomen in de in artikel 142, lid 1, bedoelde databank. Indien dergelijke besluiten op basis van artikel 136, lid 4, worden genomen, omvat de informatie in de databank ook de gegevens betreffende dat lid bedoelde personen.
4. Het besluit tot uitsluiting van in lid 2 van dit artikel bedoelde personen of entiteiten of tot oplegging van financiële sancties aan een ontvanger wordt gebaseerd op een definitieve rechterlijke beslissing of, in de in artikel 136, lid 1, bedoelde uitsluitingssituaties, op een definitief administratief besluit, of op een voorlopige juridische kwalificatie door de in artikel 143 bedoelde instantie in de in artikel 136, lid 2, bedoelde situaties met het oog op een gecentraliseerde beoordeling van die situaties. In de in artikel 141, lid 1, bedoelde gevallen wijst de bevoegde ordonnateur een deelnemer in een bepaalde toekenningsprocedure af.
Onverminderd artikel 136, lid 5, mag de bevoegde ordonnateur een besluit tot uitsluiting van een deelnemer of ontvanger en/of tot oplegging van een financiële sanctie aan een ontvanger, alsmede een besluit tot bekendmaking van de desbetreffende informatie, op basis van een in artikel 136, lid 2, bedoelde voorlopige kwalificatie alleen nemen nadat hij een aanbeveling van de in artikel 143 bedoelde instantie heeft ontvangen.