Art. 141 Verordening (EU) 2018/1046, Afwijzing in een toekenningsprocedure
1. De bevoegde ordonnateur wijst een deelnemer bij een toekenningsprocedure af indien deze:
a) in een uitsluitingssituatie verkeert die overeenkomstig artikel 136 is vastgesteld;
b) valse verklaringen heeft afgelegd in de informatie die wordt verlangd als voorwaarde voor deelname aan de procedure of die informatie niet heeft verstrekt;
c) voorheen betrokken was bij het opstellen van in de toekenningsprocedure gebruikte documenten, indien zulks een schending van het beginsel van gelijke behandeling inhoudt, met inbegrip van vervalsing van de mededinging die niet op een andere wijze kan worden verholpen.
De bevoegde ordonnateur stelt de overige deelnemers aan de toekenningsprocedure de relevante informatie ter beschikking die is uitgewisseld in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de deelnemer bij de voorbereiding van de toekenningsprocedure als bedoeld in de eerste alinea, onder c). Voorafgaand aan een dergelijke afwijzing krijgt de deelnemer de kans te bewijzen dat zijn betrokkenheid bij de voorbereiding van de toekenningsprocedure niet in strijd is met het beginsel van gelijke behandeling.
2. Artikel 133, lid 1, is van toepassing, tenzij de afwijzing overeenkomstig lid 1, eerste alinea, onder a), van dit artikel werd gerechtvaardigd door een besluit tot uitsluiting ten aanzien van de deelnemer, na analyse van diens opmerkingen.