Art. 27 Richtlijn (EU) 2018/2001, Berekeningsvoorschriften inzake de minimumaandelen hernieuwbare energie in de vervoerssector
1. Voor de berekening van de in artikel 25, lid 1, eerste en vierde alinea, bedoelde minimumaandelen gelden de volgende voorschriften:
a) voor de berekening van de noemer, zijnde de energie-inhoud van de weg- of spoorvervoersbrandstoffen die worden geleverd voor verbruik of gebruik op de markt, wordt rekening gehouden met benzine, diesel, aardgas, biobrandstoffen, biogas, hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong, brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof en aan de weg- en spoorvervoersectoren geleverde elektriciteit;
b) voor de berekening van de teller, zijnde de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen die voor de toepassing van de van artikel 25, lid 1, eerste alinea, in de vervoerssector wordt verbruikt, wordt rekening gehouden met de energie-inhoud van alle soorten energie uit hernieuwbare bronnen die aan alle vervoersectoren worden geleverd, met inbegrip van de aan de weg- en spoorvervoersectoren geleverde hernieuwbare elektriciteit. De lidstaten mogen ook rekening houden met brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof.
Voor de berekening van de teller wordt, behalve voor Cyprus en Malta, het aandeel biobrandstoffen en biogassen die worden geproduceerd uit in bijlage IX, deel B, vermelde grondstoffen, beperkt tot 1,7 % van de energie-inhoud van transportbrandstoffen die worden geleverd voor verbruik of gebruik op de markt. De lidstaten kunnen, indien dit kan worden gerechtvaardigd, die beperking wijzigen op grond van de beschikbaarheid van grondstoffen. Enige wijzigingen ter zake moeten worden goedgekeurd door de Commissie.
c) Voor de berekening van zowel de teller als de noemer worden de waarden met betrekking tot de energie-inhoud van transportbrandstoffen gebruikt als bepaald in bijlage III. Voor het bepalen van de energie-inhoud van transportbrandstoffen die niet in bijlage III zijn opgenomen, gebruiken de lidstaten de desbetreffende ENO-normen voor de bepaling van de calorische waarden van brandstoffen. Indien voor die toepassing geen ENO-norm is vastgesteld, worden de desbetreffende ISO-normen gebruikt. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 35 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter wijziging van deze richtlijn door de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang van de energie-inhoud van transportbrandstoffen als bepaald in bijlage III.
2. Voor het aantonen dat aan de in artikel 25, lid 1, bedoelde minimumaandelen is voldaan:
a) mag het aandeel biobrandstoffen en biogas voor vervoer die uit in bijlage IX vermelde grondstoffen worden geproduceerd, geacht worden het dubbele van haar energie-inhoud te zijn;
b) wordt het aandeel hernieuwbare elektriciteit geacht viermaal haar energie-inhoud te zijn in geval van levering aan wegvoertuigen en kan het geacht worden 1,5 maal haar energie-inhoud te zijn in geval van levering aan spoorvervoer;
c) met uitzondering van uit voedsel- en voedergewassen geproduceerde brandstoffen, wordt de bijdrage van in de lucht- en scheepvaartsector geleverde brandstoffen geacht 1,2 maal hun energie-inhoud te zijn.
3. Voor de berekening van het aandeel hernieuwbare elektriciteit in de aan weg- en spoorvoertuigen geleverde elektriciteit te bepalen voor de toepassing van lid 1 van dit artikel, maken de lidstaten gebruik van de periode van twee jaar vóór het jaar waarin de elektriciteit op hun grondgebied is geleverd.
In afwijking van de eerste alinea van dit lid, wordt voor het bepalen van het aandeel elektriciteit voor de toepassing van lid 1 van dit artikel, de elektriciteit die uit een rechtstreekse aansluiting op een hernieuwbare-elektriciteitsopwekkingsinstallatie wordt verkregen en aan wegvoertuigen wordt geleverd, volledig als hernieuwbare elektriciteit geteld.
Om ervoor te zorgen dat aan de verwachte toename van de elektriciteitsvraag in de vervoerssector voorbij het huidige referentiescenario wordt tegemoetgekomen met aanvullende hernieuwbare-energieproductiecapaciteit, ontwikkelt de Commissie een kader voor de additionaliteit in de vervoersector en ontwikkelt zij verschillende opties om het referentieaandeel van de lidstaten te bepalen en de additionaliteit te meten.
Voor de toepassing van dit lid, wanneer elektriciteit wordt gebruikt voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong, hetzij rechtstreeks of voor de productie van tussenproducten, wordt het gemiddelde aandeel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in het land van productie, gemeten twee jaar vóór het jaar in kwestie, gebruikt om het aandeel hernieuwbare energie te bepalen.
Elektriciteit die wordt verkregen uit een rechtstreekse aansluiting van een hernieuwbare-elektriciteitsopwekkingsinstallatie kan evenwel volledig worden meegeteld als hernieuwbare elektriciteit voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong, mits de installatie:
a) in werking treedt na of tegelijkertijd met de installatie die hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong produceert, en
b) niet op het net is aangesloten of op het net is aangesloten maar waarvoor kan worden bewezen dat de desbetreffende elektriciteit is verstrekt zonder dat elektriciteit van het net wordt genomen.
Elektriciteit die uit het net wordt genomen, mag als volledig hernieuwbaar worden meegeteld mits die elektriciteit uitsluitend uit hernieuwbare bronnen is geproduceerd en de hernieuwbare kenmerken en andere relevante criteria zijn aangetoond, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de hernieuwbare kenmerken van die elektriciteit slechts één keer en slechts in één sector van eindgebruik worden aangevoerd.
De Commissie stelt, uiterlijk op 31 december 2021, overeenkomstig artikel 35 een gedelegeerde handeling vast ter aanvulling van deze richtlijn door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels waardoor marktdeelnemers aan de vereisten van de vijfde en zesde alinea van dit lid moeten voldoen.