Art. 14 Verordening (EU) 2017/2403, Toepasselijke bepalingen

Verordening (EU) 2017/2403

1. De artikelen 8 tot en met 11 zijn van overeenkomstige toepassing op Unievissersvaartuigen die in wateren van derde landen vissen uit hoofde van een overeenkomst inzake de uitwisseling van vangstmogelijkheden of het gezamenlijk beheer van visbestanden van gemeenschappelijk belang.

2. In afwijking van artikel 11 kan een vlaggenlidstaat aan de Commissie de details verstrekken van de vaartuigen die in aanmerking komen om visserijactiviteiten te verrichten in wateren van derde landen in het kader van de betreffende overeenkomst. Wanneer is vastgesteld dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 10, onder a) tot en met c), zendt de Commissie de details van die Unievissersvaartuigen onverwijld toe aan het derde land. Nadat het derde land de Commissie ervan in kennis heeft gesteld dat het zijn goedkeuring heeft gehecht aan de details van die Unievissersvaartuigen, brengt de Commissie de vlaggenlidstaat daarvan op de hoogte. Van de vaartuigen waarover de vereiste details zijn verstrekt, wordt aangenomen dat zij een geldige vismachtiging in de zin van artikel 10, onder d), hebben. De Commissie brengt de vlaggenlidstaat via elektronische weg eveneens onverwijld op de hoogte van elke kennisgeving door het derde land dat een Unievissersvaartuig niet in aanmerking komt voor het verrichten van visserijactiviteiten in zijn wateren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen