Art. 11 Verordening (EU) 2017/2196, Ontwerp van het systeembeschermingsplan
1. Uiterlijk op 18 december 2018 ontwerpt elke TSB een systeembeschermingsplan in overleg met relevante DSB's, SNG's, nationale regelgevende instanties of instanties als bedoeld in artikel 4, lid 3, aangrenzende TSB's en de andere TSB's in zijn synchrone zone.
2. Bij het ontwerp van zijn systeembeschermingsplan neemt iedere TSB ten minste het volgende in aanmerking:
a) de operationele veiligheidsgrenzen overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) 2017/1485;
b) het gedrag en de geschiktheden van belasting en productie in de synchrone zone;
c) de specifieke behoeften van de significante netgebruikers met hoge prioriteit van de op grond van lid 4, onder d), vastgestelde lijst, en
d) de kenmerken van zijn transmissiesysteem en van de onderliggende systemen van de DSB's.
3. Het systeembeschermingsplan bevat ten minste de volgende bepalingen:
a) de voorwaarden waaronder het systeembeschermingsplan wordt geactiveerd in overeenstemming met artikel 13;
b) de door de TSB uit te vaardigen instructies voor het systeembeschermingsplan, en
c) de maatregelen die onderworpen zijn aan realtimeraadpleging of -coördinatie met de aangewezen partijen.
4. Het systeembeschermingsplan bevat in het bijzonder het volgende:
a) een lijst van maatregelen die de TSB moet toepassen op zijn installaties;
b) een lijst van maatregelen die DSB's moeten toepassen en een lijst van de DSB's die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van die maatregelen op hun installaties;
c) een lijst van SNG's die verantwoordelijk zijn voor de toepassing op hun installaties van de maatregelen die voortvloeien uit de bindende voorschriften van de Verordeningen (EU) 2016/631, (EU) 2016/1388 en (EU) 2016/1447 of uit nationale wetgeving, en een lijst van door die SNG's toe te passen maatregelen;
d) een lijst van significante netgebruikers met hoge prioriteit en de voorwaarden voor hun ontkoppeling, en
e) de uitvoeringstermijnen voor elke maatregel van het systeembeschermingsplan.
5. Het systeembeschermingsplan bevat ten minste de volgende technische en organisatorische maatregelen als bedoeld in deel 2 van hoofdstuk II:
a) systeembeschermingsregelingen, die ten minste bevatten:
i) automatische onderfrequentie-controleregelingen overeenkomstig artikel 15;
ii) automatische overfrequentie-controleregelingen overeenkomstig artikel 16, en
iii) automatische regelingen tegen spanningsineenstorting overeenkomstig artikel 17;
b) procedures voor het systeembeschermingsplan, die ten minste bevatten:
i) de procedure voor frequentieafwijkingsbeheer overeenkomstig artikel 18;
ii) de procedure voor spanningsafwijkingsbeheer overeenkomstig artikel 19;
iii) de procedure voor het beheer van de elektriciteitsstromen overeenkomstig artikel 20;
iv) de procedure voor ondersteuning van het werkzame vermogen overeenkomstig artikel 21, en
v) de procedure voor manuele verbruiksontkoppeling overeenkomstig artikel 22.
6. De maatregelen van het systeembeschermingsplan voldoen aan de volgende beginselen:
a) hun impact op systeemgebruikers is minimaal;
b) zij zijn economisch efficiënt;
c) alleen de noodzakelijke maatregelen worden geactiveerd, en
d) ze leiden niet tot een noodtoestand of black-outtoestand in het transmissiesysteem van de TSB of in de geïnterconnecteerde transmissiesystemen.