Art. 6 Verordening (EU) 2017/2196, Regionale coördinatie

Verordening (EU) 2017/2196

1. Bij het ontwerp van het systeembeschermingsplan overeenkomstig artikel 11 en van het herstelplan overeenkomstig artikel 23 of bij de evaluatie van zijn systeembeschermingsplan overeenkomstig artikel 50 en van zijn herstelplan overeenkomstig artikel 51, zorgt elke TSB ervoor dat ten minste de volgende maatregelen consistent zijn met de overeenkomstige maatregelen in de plannen van TSB's binnen zijn synchrone zone en in de plannen van naburige TSB's van een andere synchrone zone:

a) de ondersteuning en coördinatie tussen TSB's in noodtoestand, overeenkomstig artikel 14;

b) de frequentiebeheerprocedures, overeenkomstig artikel 18 en artikel 28, met uitzondering van de vaststelling van de richtfrequentie in het geval van bottom-upspanningsherstelstrategie voorafgaand aan de hersynchronisatie met het geïnterconnecteerde transmissiesysteem;

c) de procedure voor ondersteuning van het werkzame vermogen overeenkomstig artikel 21;

d) de top-downspanningsherstelstrategie, overeenkomstig artikel 27.

2. De beoordeling van de samenhang tussen het systeembeschermingsplan en het herstelplan overeenkomstig lid 1 omvat de volgende taken:

a) de uitwisseling van informatie en gegevens over de in lid 1 bedoelde maatregelen tussen de betrokken TSB's;

b) de opsporing van onverenigbaarheden tussen de in lid 1 bedoelde maatregelen in de plannen van de betrokken TSB's;

c) de opsporing van mogelijke bedreigingen voor de operationele veiligheid in de capaciteitsberekeningsregio. Deze bedreigingen omvatten onder meer regionale storingen met een gemeenschappelijke oorzaak die significante gevolgen hebben voor de transmissiesystemen van de betrokken TSB's;

d) de beoordeling van de doeltreffendheid van de in lid 1 bedoelde maatregelen van de systeembeschermings- en herstelplannen van de betrokken TSB's, met het oog op de beheersing van in punt c) bedoelde potentiële bedreigingen;

e) de raadpleging van RVC's om de samenhang tussen de in lid 1 bedoelde maatregelen binnen de gehele synchrone zone in kwestie te beoordelen;

f) de vaststelling van mitigatiemaatregelen in geval van onverenigbaarheden in systeembeschermings- en herstelplannen van de betrokken TSB's of in geval van ontbrekende maatregelen in systeembeschermings- en herstelplannen van de betrokken TSB's.

3. Uiterlijk op 18 december 2018 zendt elke TSB de in lid 1 bedoelde maatregelen door aan de desbetreffende RVC('s) die zijn ingesteld overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2017/1485. Binnen drie maanden na voorlegging van de maatregelen stel(t)(len) de RVC('s) op basis van de in lid 2 vastgestelde criteria een technisch verslag op over de samenhang van de maatregelen. Elke TSB stelt eigen gekwalificeerde deskundigen beschikbaar om de RVC('s) bij te staan bij de voorbereiding van dit verslag.

4. De RVC('s) zend(t)(en) onverwijld het in lid 3 bedoelde technische verslag toe aan alle betrokken TSB's, die dit op hun beurt doorsturen naar de relevante regelgevende autoriteiten, alsook naar het ENTSB voor elektriciteit voor de toepassing van artikel 52.

5. Alle TSB's van elke capaciteitsberekeningsregio spreken af boven welke drempelwaarde de gevolgen van maatregelen van één of meer TSB's in de nood-, black-out- of hersteltoestand significant worden geacht voor andere TSB's binnen de capaciteitsberekeningsregio.

Vorige artikelen

Volgende artikelen