Art. 14 Verordening (EU) 2017/2196, Bijstand en coördinatie tussen TSB's in noodtoestand
1. Op verzoek van een TSB in noodtoestand verleent elke TSB via interconnectoren alle mogelijke bijstand aan de verzoekende TSB, op voorwaarde dat dit zijn transmissiesysteem of de geïnterconnecteerde transmissiesystemen niet in een noodtoestand of een black-outtoestand brengt.
2. Wanneer de bijstand via gelijkstroominterconnectoren moet worden verleend, kan deze bestaan uit het verrichten van de volgende acties, rekening houdend met de technische kenmerken en de geschiktheid van het HVDC-systeem:
a) handelingen voor handmatige regeling van de transmissie van het werkzame vermogen om de TSB in noodtoestand te ondersteunen om elektriciteitsstromen binnen operationele veiligheidsgrenzen te brengen of frequentie van de naburige synchrone zone binnen de systeemfrequentiegrenzen voor de alarmtoestand gedefinieerd overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1485 te brengen;
b) automatische controlefuncties van de transmissie van het werkzame vermogen op basis van de signalen en criteria bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2016/1447;
c) automatische frequentieregeling overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 18 van Verordening (EU) 2016/1447 in geval van eilandbedrijf;
d) regeling van spanning en blindvermogen overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2016/1447, en
e) alle andere passende maatregelen.
3. Elke TSB kan overgaan tot handmatige ontkoppeling van een transmissiesysteemelement met een aanzienlijk grensoverschrijdend effect, met inbegrip van een interconnector, onder de volgende voorwaarden:
a) de TSB overlegt met naburige TSB's, en
b) deze handeling brengt het overblijvende geïnterconnecteerde transmissiesysteem niet in een noodtoestand of een black-outtoestand.
4. Onverminderd lid 3 kan een TSB een transmissiesysteemelement met een aanzienlijk grensoverschrijdend effect, met inbegrip van een interconnector, zonder overleg handmatig ontkoppelen in uitzonderlijke omstandigheden die een schending van de operationele veiligheidsgrenzen inhouden, om te voorkomen dat de veiligheid van het personeel in gevaar komt of de installatie wordt beschadigd. Binnen 30 dagen na het incident stelt de TSB een verslag ten minste in het Engels op met een gedetailleerde toelichting over de motivering, de uitvoering en de effecten van deze handeling, legt hij dit voor aan de desbetreffende regelgevende instantie in overeenstemming met artikel 37 van Richtlijn 2009/72/EG en de aangrenzende TSB's en stelt hij het beschikbaar aan de aanmerkelijk getroffen systeemgebruikers.