Art. 13 Verordening (EU) 2017/2196, Activering van het systeembeschermingsplan
1. Elke TSB activeert de procedures van zijn systeembeschermingsplan overeenkomstig punt b) van artikel 11, lid 5, in coördinatie met de overeenkomstig artikel 11, lid 4, aangewezen DSB's en SNG's en met aanbieders van beschermingsdiensten.
2. Naast de automatisch geactiveerde regelingen van het systeembeschermingsplan overeenkomstig punt a) van artikel 11, lid 5, activeert elke TSB een procedure van het systeembeschermingsplan wanneer:
a) het systeem in een noodtoestand is in overeenstemming met de in artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1485 vastgestelde criteria en er geen corrigerende maatregelen beschikbaar zijn om de infrastructuur te herstellen naar de normale toestand, of
b) de operationele veiligheid van het transmissiesysteem op basis van de analyse van de operationele veiligheid de activering van een maatregel van het systeembeschermingsplan overeenkomstig artikel 11, lid 5, vereist naast de beschikbare corrigerende maatregelen.
3. Elke overeenkomstig artikel 11, lid 4, aangewezen DSB en SNG en elke aanbieder van beschermingsdiensten voert overeenkomstig de procedures van het systeembeschermingsplan bedoeld in punt b) van artikel 11, lid 5, onverwijld de door de TSB volgens punt c) van artikel 11, lid 3, uitgevaardigde instructies van het systeembeschermingsplan uit.
4. Elke TSB activeert in overleg met de betrokken TSB's de in artikel 11, lid 5, onder b), bedoelde procedures van zijn systeembeschermingsplan die een aanzienlijk grensoverschrijdend effect hebben.