Art. 14 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177, Klachten

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177

Wanneer de aanvrager overeenkomstig artikel 13, lid 5, van Richtlijn 2012/34/EU een klacht indient bij de toezichthoudende instantie, houdt de toezichthoudende instantie bij de beoordeling van de impact van haar beslissing om een passend deel van de beschikbare capaciteit aan de aanvrager toe te wijzen ten minste rekening met de volgende elementen, voor zover die relevant zijn:

— contractuele verplichtingen en de levensvatbaarheid van de bedrijfsmodellen van andere gebruikers van de betrokken dienstvoorziening;

— het totale volume van de capaciteit van de dienstvoorziening die reeds aan andere betrokken gebruikers is toegewezen;

— investeringen die andere betrokken gebruikers in de voorziening hebben gedaan;

— de beschikbaarheid van haalbare alternatieven om tegemoet te komen aan de behoeften van andere gebruikers, met inbegrip van alternatieven in andere lidstaten in geval van internationale treindiensten;

— de levensvatbaarheid van het bedrijfsmodel van de exploitant van de dienstvoorziening;

— de rechten op toegang tot de infrastructuur van en naar de voorziening.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen