Art. 9 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177, Beantwoorden van verzoeken
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177
1. Na ontvangst van alle nodige informatie beantwoordt de exploitant van een dienstvoorziening een verzoek om toegang tot en voor de levering van diensten in dienstvoorzieningen als genoemd in punt 2 van bijlage II bij Richtlijn 2012/34/EU binnen een redelijke termijn, die door de toezichthoudende instantie is bepaald overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU. Er kunnen verschillende termijnen worden vastgesteld voor verschillende soorten dienstvoorzieningen en/of diensten.
2. Wanneer de exploitant van een dienstvoorziening heeft gereageerd met een aanbod voor toegang tot de dienstvoorziening, blijft dat aanbod geldig gedurende een redelijke termijn die wordt meegedeeld en waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfsbehoeften van de aanvrager.
3. De toezichthoudende instanties bepalen de termijnen waarbinnen de door aanvragers als bedoeld in artikel 13, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU ingediende verzoeken moeten worden beantwoord vóór de bekendmaking van de eerste netverklaring overeenkomstig de bepalingen van deze uitvoeringsverordening met het oog op de naleving van artikel 27, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU.
4. Bij de vaststelling overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU van de termijnen voor ad-hocverzoeken om toegang tot dienstvoorzieningen en diensten als genoemd in bijlage II, punt 2, punten a) tot en met d) en f) tot en met i), houden toezichthoudende instanties rekening met de termijnen van artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU. Wanneer toezichthoudende instanties voor dergelijke ad-hocverzoeken geen specifieke termijnen hanteren, beantwoordt de exploitant van een dienstvoorziening het verzoek binnen de in artikel 48, lid 1, van de richtlijn bepaalde termijn.
Wanneer de exploitant van een dienstvoorziening voor de indiening van verzoeken om toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten als genoemd in bijlage II, punt 2, onder a) tot en met d) en onder f) tot en met i), een jaarlijkse termijn heeft vastgesteld, stelt de toezichthoudende instantie voor het beantwoorden van laattijdige verzoeken een termijn vast, rekening houdend met de termijnen die de infrastructuurbeheerder voor de behandeling van dergelijke verzoeken hanteert.
Voor dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten als genoemd in bijlage II, punt, 2, onder e), vangt de termijn aan zodra de technische compatibiliteit van het rollend materieel met de voorzieningen en de uitrusting is beoordeeld en de aanvrager daarvan in kennis is gesteld.
5. Exploitanten van dienstvoorzieningen die aanvullende en ondersteunende diensten aanbieden als genoemd in de punten 3 en 4 van bijlage II bij Richtlijn 2012/34/EU beantwoorden verzoeken om een beroep te doen op dergelijke diensten binnen de door de toezichthoudende instantie vastgestelde termijn of, wanneer daarvoor geen termijn is bepaald, binnen een redelijke termijn. Wanneer een aanvrager voor verscheidene spoorgebonden diensten ad-hocverzoeken indient en te kennen geeft dat alleen een gelijktijdige toewijzing nuttig is, beantwoorden alle betrokken exploitanten van dienstvoorzieningen, met inbegrip van aanbieders van aanvullende en ondersteunende diensten als genoemd in de punten 3 en 4 van bijlage II, die verzoeken binnen de redelijke termijn als bedoeld in lid 4.
Voor spoorgebonden diensten als genoemd in bijlage II, punt, 4, onder e), vangt de termijn aan zodra de technische compatibiliteit van het rollend materieel met de voorzieningen en de uitrusting is beoordeeld en de aanvrager daarvan in kennis is gesteld.
6. Mits de betrokken aanvrager daarmee instemt, kunnen de termijnen als bedoeld in de leden 3, 4 en 5 worden verlengd.
7. Rechten op toegang tot spoorweginfrastructuur en spoorgebonden diensten mogen niet worden overgedragen aan andere aanvragers.
8. Indien een aanvrager niet voornemens is gebruik te maken van een door de exploitant van een dienstvoorziening verleend recht op toegang tot een dienstvoorziening of een spoorgebonden dienst, stelt hij de betrokken exploitant daar onverwijld van in kennis.