Art. 10 Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177, Coördinatieprocedure
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177
1. Wanneer een exploitant van een dienstvoorziening als genoemd in punt 2 van bijlage II bij Richtlijn 2012/34/EU een verzoek ontvangt om toegang tot de voorziening of de levering van een dienst, dat niet verenigbaar is met een ander verzoek of reeds toegewezen capaciteit van de dienstvoorziening, tracht hij door overleg en coördinatie met de betrokkenen aanvragers, alle verzoeken zo goed mogelijk met elkaar te verzoenen. Ook de aanbieders van aanvullende of ondersteunende diensten als genoemd in de punten 3 en 4 van bijlage II bij Richtlijn 2012/34/EU worden bij die coördinatie betrokken wanneer die diensten in de voorziening worden aangeboden en door een aanvrager worden gevraagd. Elke wijziging van reeds toegekende toegangsrechten moet ter instemming aan de betrokken aanvrager worden voorgelegd.
2. Exploitanten van dienstvoorzieningen als genoemd in punt 2 van bijlage II bij Richtlijn 2012/34/EU wijzen verzoeken om toegang tot hun dienstvoorziening of de verlening van een dienst niet af of stellen de aanvrager geen haalbare alternatieven voor wanneer er in hun dienstvoorziening capaciteit beschikbaar is die aan de behoeften van de aanvrager voldoet of wanneer die naar verwachting tijdens of na de coördinatieprocedure beschikbaar zal zijn.
3. Exploitanten van dienstvoorzieningen onderzoeken verschillende opties die hen in staat stellen onverenigbare verzoeken om toegang tot de dienstvoorziening of de levering van diensten in de dienstvoorziening in te willigen. Die opties moeten, indien nodig, maatregelen omvatten om de in de voorziening beschikbare capaciteit maximaal te benutten, voor zover dat geen extra investeringen in middelen en faciliteiten vergt. Het kan gaan om de volgende maatregelen:
— een ander tijdstip voorstellen;
— een aanpassing van de openingstijden of de werkschema's, indien mogelijk;
— toegang tot de voorziening toestaan voor de zelfvoorziening van diensten.
4. Aanvragers en exploitanten van de dienstvoorzieningen kunnen de toezichthoudende instantie samen verzoeken om als waarnemer aan de coördinatieprocedure deel te nemen.
5. Indien een verzoek om toegang tot een dienstvoorziening als genoemd in punt 2 van bijlage II bij Richtlijn 2012/34/EU niet kon worden ingewilligd na de coördinatieprocedure en de dienstvoorziening bijna verzadigd is, kan de toezichthoudende instantie de exploitant van de dienstvoorziening verplichten maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat meer verzoeken om toegang tot de voorziening kunnen worden ingewilligd. Dergelijke maatregelen moeten transparant en niet-discriminerend zijn.