Art. 75 Verordening (EU) 2017/1485, Methodologie voor coördinatie van de operationeleveiligheidsanalyse

Verordening (EU) 2017/1485

1. Uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ontwikkelen alle TSB's een gezamenlijk voorstel voor een methodologie voor coördinatie van de operationeleveiligheidsanalyse. Die methodologie is gericht op standaardisering van de operationeleveiligheidsanalyse ten minste per synchrone zone en omvat in ieder geval:

a) methoden voor de beoordeling van de invloed van transmissiesysteemelementen en SNG's die zich buiten de regelzone van een TSB bevinden, teneinde de elementen te identificeren die deel uitmaken van de observatiezone van de TSB en de invloeddrempelwaarden voor uitvalsituaties vast te stellen waarboven uitvalsituaties voor die elementen als externe uitvalsituaties worden aangemerkt;

b) beginselen voor gemeenschappelijke risicobeoordeling, voor wat betreft de in artikel 33 genoemde uitvalsituaties in ieder geval met betrekking tot:

i) de daarmee verband houdende waarschijnlijkheid;

ii) kortstondig toelaatbare overbelasting, en

iii) de gevolgen van uitvalsituaties;

c) beginselen voor het beoordelen van en omgaan met onzekerheden ten aanzien van productie en belasting, rekening houdend met een betrouwbaarheidsmarge overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) 2015/1222;

d) vereisten betreffende de afstemming en uitwisseling van informatie tussen regionale veiligheidscoördinatoren met betrekking tot de in artikel 77, lid 3, genoemde taken;

e) de rol van het ENTSB voor elektriciteit in het beheer van gemeenschappelijke tools, verbetering van de voorschriften voor gegevenskwaliteit, toezicht op de methodologie voor gecoördineerde operationeleveiligheidsanalyses en op de gemeenschappelijke voorschriften voor regionale coördinatie van de operationele veiligheid in elke capaciteitsberekeningsregio.

2. De in lid 1, onder a), genoemde methodiek maakt het mogelijk om alle elementen van de observatiezone van een TSB in kaart te brengen, zijnde netwerkelementen van andere TSB's dan wel transmissiegekoppelde DSB's, elektriciteitsproductie-eenheden of verbruikersinstallaties. In die methodiek wordt rekening gehouden met de volgende transmissiesysteemelementen en kenmerken van SNG's:

a) connectiviteitsstatus of elektrische waarden (zoals spanning, elektriciteitsstroom en rotorhoek) die van significante invloed zijn op de juistheid van de resultaten van de toestandsraming voor de regelzone van de TSB, die gemeenschappelijke drempelwaarden te boven gaan;

b) connectiviteitsstatus of elektrische waarden (zoals spanning, elektriciteitsstroom en rotorhoek) die van significante invloed zijn op de juistheid van de resultaten van de operationeleveiligheidsanalyse van de TSB, boven de gemeenschappelijke drempelwaarden, en

c) de vereiste om te waarborgen dat de aangesloten elementen in de observatiezone van de TSB adequaat vertegenwoordigd zijn.

3. De in lid 2, onder a) en b), genoemde waarden worden bepaald op basis van situaties die representatief zijn voor de verschillende te verwachten omstandigheden, gekenmerkt door variabelen zoals productieniveau en patroon, niveau van grensoverschrijdende elektriciteitsuitwisselingen en niet-beschikbaarheden van assets.

4. De in lid 1, onder a), genoemde methodiek maakt het mogelijk om alle elementen van de lijst van externe uitvalsituaties van een TSB in kaart te brengen, met de volgende kenmerken:

a) elk element heeft een invloedsfactor op elektrische waarden (zoals spanning, elektriciteitsstroom en rotorhoek) in de regelzone van de TSB die groter is dan de gemeenschappelijke invloedsdrempelwaarde voor uitvalsituaties, waardoor de niet-beschikbaarheid van dat element significante invloed kan hebben op de resultaten van de analyse van uitvalsituaties door de TSB;

b) de invloedsdrempelwaarden voor uitvalsituaties worden gekozen met het oog op minimalisering van het risico dat een uitvalsituatie die is vastgesteld in de regelzone van een andere TSB en niet voorkomt op de lijst van externe uitvalsituaties van de TSB resulteert in systeemgedrag dat voor eender welk element uit zijn lijst van interne uitvalsituaties onaanvaardbaar zou worden geacht, zoals een noodtoestand;

c) de beoordeling van een dergelijk risico gaat uit van situaties die representatief zijn voor de verschillende te verwachten omstandigheden, gekenmerkt door variabelen zoals productieniveau en patroon, uitwisselingsniveaus en niet-beschikbaarheden van assets.

5. Met de in lid 1, onder b), genoemde beginselen voor gemeenschappelijke risicobeoordeling worden criteria vastgesteld voor de veiligheidsbeoordeling van het geïnterconnecteerde systeem. Deze criteria worden vastgesteld onder verwijzing naar een geharmoniseerd niveau van het maximaal aanvaardbare risico op basis van de veiligheidsanalyses van de verschillende TSB's. Die beginselen houden verband met:

a) de consistentie van de definitie van uitzonderlijke uitvalsituaties;

b) de evaluatie van de waarschijnlijkheid en gevolgen van uitzonderlijke uitvalsituaties, en

c) de inachtneming van uitzonderlijke uitvalsituaties in de lijst van uitvalsituaties van een TSB wanneer hun waarschijnlijkheid een gemeenschappelijke drempelwaarde overschrijdt.

6. De in lid 1, onder c), genoemde beginselen voor het beoordelen van en omgaan met onzekerheden zorgen ervoor dat de gevolgen van die onzekerheden qua productie of verbruik onder een aanvaardbaar en voor de operationeleveiligheidsanalyses van alle TSB's geharmoniseerd maximum blijven. Met die beginselen wordt het volgende vastgesteld:

a) geharmoniseerde omstandigheden waarin een TSB zijn operationeleveiligheidsanalyse actualiseert. Die omstandigheden betreffen relevante aspecten zoals de tijdshorizon van de productie- en verbruiksprognoses, de grootte van de wijziging van de voorziene waarden binnen de regelzone van de TSB of van andere TSB's, de locatie van productie en verbruik en de resultaten van de vorige operationeleveiligheidsanalyse, en

b) de minimale frequentie waarmee de productie- en verbruiksprognoses worden geactualiseerd, afhankelijk van hun variabiliteit en het geïnstalleerd vermogen van niet-stuurbare productie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen