Art. 77 Verordening (EU) 2017/1485, Organisatie van de regionale coördinatie van de operationele veiligheid
1. Het voorstel van alle TSB's van een capaciteitsberekeningsregio voor gemeenschappelijke bepalingen inzake regionale coördinatie van de operationele veiligheid overeenkomstig artikel 76, lid 1, omvat ook gemeenschappelijke bepalingen inzake de organisatie van de regionale operationele veiligheidscoördinatie, waaronder ten minste:
a) de benoeming van de regionale veiligheidscoördinator(en) die de in lid 3 bedoelde taken voor die capaciteitsberekeningsregio zal/zullen uitvoeren;
b) voorschriften betreffende de governance en de werkzaamheden van de regionale veiligheidscoördinator(en), waarbij gelijke behandeling van alle deelnemende TSB's wordt gewaarborgd;
c) indien de TSB's voorstellen om meer dan één regionale veiligheidscoördinator te benoemen overeenkomstig punt a):
i) een voorstel voor een samenhangende toewijzing van de taken tussen de regionale veiligheidscoördinatoren die in die capaciteitsberekeningsregio actief zullen zijn. In het voorstel wordt ten volle rekening gehouden met de noodzaak om de verschillende aan de regionale veiligheidscoördinatoren toegewezen taken te coördineren;
ii) een beoordeling waaruit blijkt dat de voorgestelde instelling van regionale veiligheidscoördinatoren en toewijzing van taken doelmatig, doeltreffend en consistent met de overeenkomstig de artikelen 20 en 21 van Verordening (EU) 2015/1222 vastgestelde regionale gecoördineerde capaciteitsberekening zijn;
iii) een doeltreffend coördinatie- en besluitvormingsproces om tegenstrijdige standpunten van regionale veiligheidscoördinatoren binnen de capaciteitsberekeningsregio met elkaar te verzoenen.
2. Bij het ontwikkelen van het voorstel voor gemeenschappelijke bepalingen inzake de regionale coördinatie van de operationele veiligheid als bedoeld in lid 1 wordt voldaan aan de volgende vereisten:
a) elke TSB valt onder ten minste één regionale veiligheidscoördinator;
b) alle TSB's zorgen ervoor dat het totale aantal regionale veiligheidscoördinatoren in de Unie niet hoger is dan zes.
3. De TSB's van elke capaciteitsberekeningsregio stellen de delegatie van de volgende taken voor in overeenstemming met lid 1:
a) de regionale coördinatie van de operationele veiligheid overeenkomstig artikel 78 om TSB's te ondersteunen bij het vervullen van hun verplichtingen voor de year-ahead-, day-ahead- en intradaytijdsbestekken als bedoeld in artikel 34, lid 3, en de artikelen 72 en 74;
b) het opstellen van een gemeenschappelijk netwerkmodel in overeenstemming met artikel 79;
c) de regionale coördinatie van niet-beschikbaarheid overeenkomstig artikel 80 om TSB's te ondersteunen bij het vervullen van hun verplichtingen uit hoofde van de artikelen 98 en 100;
d) de regionale beoordeling van de bevoorradingszekerheid in overeenstemming met artikel 81 om TSB's te ondersteunen bij het vervullen van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 107.
4. Bij het uitvoeren van zijn taken houdt een regionale veiligheidscoördinator rekening met gegevens die ten minste alle capaciteitsberekeningsregio's omvatten waarvoor taken aan hem zijn toegewezen, met inbegrip van de observatiezones van alle TSB's in die capaciteitsberekeningsregio's.
5. Alle regionale veiligheidscoördinatoren coördineren de uitvoering van hun taken om de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening mogelijk te maken. Alle regionale veiligheidscoördinatoren dragen zorg voor de harmonisatie van processen en, indien duplicatie niet gerechtvaardigd is om efficiëntie of de continuïteit van een dienst te kunnen waarborgen, voor de totstandbrenging van gezamenlijke tools die een efficiënte samenwerking en coördinatie tussen de regionale veiligheidscoördinatoren waarborgen.