Art. 78 Verordening (EU) 2017/1485, Regionale coördinatie van de operationele veiligheid

Verordening (EU) 2017/1485

1. Elke TSB voorziet de regionale veiligheidscoördinator van alle informatie en gegevens die nodig zijn om de gecoördineerde beoordeling van de regionale operationele veiligheid uit te voeren, waaronder ten minste:

a) de geactualiseerde lijst van uitvalsituaties, die wordt opgesteld op basis van de criteria omschreven in de overeenkomstig artikel 75, lid 1, vastgestelde methodologie voor de coördinatie van de operationeleveiligheidsanalyse;

b) de geactualiseerde lijst van mogelijke remediërende maatregelen, gekozen uit de in artikel 22 vermelde categorieën, en de verwachte kosten daarvan als verstrekt overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) 2015/1222, indien een remediërende maatregel redispatching of compensatiehandel omvat, teneinde bij te dragen tot de verlichting van een in de regio vastgestelde beperking, en

c) de overeenkomstig artikel 25 vastgestelde operationeleveiligheidsgrenzen.

2. Elke regionale veiligheidscoördinator:

a) voert de gecoördineerde regionale beoordeling van de operationele veiligheid uit overeenkomstig artikel 76 op basis van de overeenkomstig artikel 79 vastgestelde gemeenschappelijke netwerkmodellen en de door elke TSB overeenkomstig lid 1 verstrekte lijst van uitvalsituaties en operationeleveiligheidsgrenzen. De regionale veiligheidscoördinator verstrekt de resultaten van de gecoördineerde regionale beoordeling van de operationele veiligheid ten minste aan alle TSB's van de capaciteitsberekeningsregio. Wanneer de regionale veiligheidscoördinator een beperking vaststelt, beveelt hij de betrokken TSB's de meest doeltreffende en kostenefficiënte remediërende maatregelen aan en kan hij ook andere dan de door de TSB's voorgestelde remediërende maatregelen aanbevelen. Deze aanbeveling betreffende remediërende maatregelen gaat vergezeld van een toelichting ter motivering ervan;

b) coördineert het ontwerp van de remediërende maatregelen samen met en tussen de TSB's overeenkomstig artikel 76, lid 1, onder b), om TSB's in staat te stellen tot een gecoördineerde uitvoering van remediërende maatregelen in realtime te komen.

3. Bij het uitvoeren van de gecoördineerde beoordeling van de regionale operationele veiligheid en het vaststellen van passende remediërende maatregelen zorgt elke regionale veiligheidscoördinator voor coördinatie met andere regionale veiligheidscoördinatoren.

4. Wanneer een TSB van de desbetreffende regionale veiligheidscoördinator de resultaten van de gecoördineerde regionale beoordeling van de operationele veiligheid met een voorstel voor een remediërende maatregel ontvangt, evalueert de TSB de aanbevolen remediërende maatregel wat betreft de elementen van deze remediërende maatregel die zich in zijn regelzone bevinden. Daarbij past hij de bepalingen van artikel 20 toe. De TSB besluit of hij de aanbevolen remediërende maatregel ten uitvoer legt. Wanneer de TSB besluit de aanbevolen remediërende maatregel niet ten uitvoer te leggen, motiveert hij dit besluit richting de RVC. Wanneer de TSB besluit de aanbevolen remediërende maatregel ten uitvoer te leggen, past hij deze maatregel toe voor de elementen die zich in zijn regelzone bevinden, mits dit verenigbaar is met realtimecondities.

Vorige artikelen

Volgende artikelen