Art. 70 Verordening (EU) 2017/1485, Methodologie voor het opstellen van day-ahead en intraday gemeenschappelijke netwerkmodellen
1. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening ontwikkelen alle TSB's een gezamenlijk voorstel voor de methodologie voor het opstellen en opslaan van de day-ahead en intraday gemeenschappelijke netwerkmodellen op basis van de individuele netwerkmodellen. Bij die methodologie worden de operationele voorwaarden van de methodologie voor de overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2015/1222 ontwikkelde gemeenschappelijke netwerkmodellen in aanmerking genomen, en zo nodig aangevuld, ten aanzien van de volgende elementen:
a) de definitie van tijdstempels;
b) termijnen voor het verzamelen van de individuele netwerkmodellen, voor het samenvoegen daarvan tot een gemeenschappelijk netwerkmodel en voor het opslaan van de individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen. De termijnen sluiten aan bij de regionale processen voor het opstellen en uitvoeren van remediërende maatregelen;
c) te implementeren controle op de kwaliteit van de individuele netwerkmodellen en het gemeenschappelijke netwerkmodel, om hun volledigheid en onderlinge samenhang te waarborgen;
d) correctie en verbetering van individuele en gemeenschappelijke netwerkmodellen, ter implementatie van ten minste de onder c) genoemde kwaliteitscontroles, en
e) verwerken van aanvullende informatie in verband met operationele afspraken, zoals beveiligingsinstellingen of systeembeveiligingsregelingen, eenlijnsdiagrammen en de configuratie van onderstations voor het beheer van de operationele veiligheid.
2. Elke TSB stelt day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen op overeenkomstig lid 1 en publiceert deze in de ENTSO-E — OPDE.
3. Bij het opstellen van de in lid 2 genoemde day-ahead of intraday individuele netwerkmodellen neemt elke TSB daarin op:
a) actuele belastings- en productieprognoses;
b) de beschikbare resultaten van de day-ahead- en intradaymarktprocessen;
c) de beschikbare resultaten van de programmeringstaken zoals beschreven in deel III, titel 6;
d) voor elektriciteitsproductie-installaties die zijn aangesloten op distributiesystemen, het geaggregeerde werkzame vermogen per type primaire-energiebron, op basis van de gegevens die zijn verstrekt overeenkomstig de artikelen 40, 43, 44, 48, 49 en 50;
e) de actuele topologie van het transmissiesysteem.
4. Alle remediërende maatregelen waartoe reeds besloten is, worden opgenomen in de day-ahead en intraday individuele netwerkmodellen en zijn duidelijk te onderscheiden van de artikel 40, lid 4, vastgestelde injecties en opnamen en de netwerktypologie zonder toepassing van remediërende maatregelen.
5. Elke TSB beoordeelt de juistheid van de variabelen in lid 3 door deze met de feitelijke waarden te vergelijken, rekening houdend met de beginselen zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 75, lid 1, onder c).
6. Indien een TSB na de beoordeling zoals genoemd in lid 5 van mening is dat de variabelen niet voldoende accuraat zijn voor het evalueren van de operationele veiligheid, stelt hij daarvan de oorzaken vast. Indien die oorzaken verband houden met de processen van de TSB voor het opstellen van de individuele netwerkmodellen, dient de TSB die processen te herzien teneinde meer accurate resultaten te verkrijgen. Indien de oorzaken verband houden met variabelen die door andere partijen worden aangeleverd, dient de TSB zich tezamen met die andere partijen in te spannen om te waarborgen dat die variabelen accuraat zijn.