Art. 39 Verordening (EU) 2017/1485, Beheer van de dynamische stabiliteit

Verordening (EU) 2017/1485

1. Wanneer op basis van de beoordeling van de dynamische stabiliteit wordt vastgesteld dat er stabiliteitsgrenzen zijn overschreden, ontwerpt de TSB in wiens regelzone de overschrijding heeft plaatsgevonden remediërende maatregelen, bereidt hij deze voor en voert hij deze uit, teneinde de stabiliteit van het transmissiesysteem te handhaven. Bij dergelijke remediërende maatregelen kunnen ook SNG's worden betrokken.

2. Elke TSB waarborgt dat de kortsluittijden voor fouten die tot gebiedsoverschrijdende instabiliteit van het transmissiesysteem kunnen leiden, korter zijn dan de kritische kortsluittijd die de TSB heeft berekend aan de hand van de beoordeling van de dynamische stabiliteit overeenkomstig artikel 38.

3. Met betrekking tot de eisen betreffende de minimale inertie die relevant zijn voor de frequentiestabiliteit op het niveau van de synchrone zone:

a) verrichten alle TSB's van die synchrone zone uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een gemeenschappelijk onderzoek per synchrone zone teneinde vast te stellen of de minimaal vereiste inertie moet worden bepaald, rekening houdend met de kosten en baten alsmede potentiële alternatieven. Alle TSB's stellen hun respectieve reguleringsinstanties in kennis van hun onderzoek. Alle TSB's verrichten een periodieke evaluatie en actualiseren die onderzoeken om de twee jaar;

b) wanneer uit de onder a) genoemde onderzoeken blijkt dat de minimale vereiste inertie moet worden bepaald, werken alle TSB's van de desbetreffende synchrone zone gezamenlijk aan de ontwikkeling van een methodologie voor het bepalen van de minimale inertie die nodig is om de operationele veiligheid te handhaven en overschrijding van de stabiliteitsgrenzen te voorkomen. Die methodologie neemt de beginselen van efficiëntie en evenredigheid in acht, wordt ontwikkeld binnen zes maanden na voltooiing van de onder a) genoemde onderzoeken en wordt geactualiseerd binnen zes maanden nadat de onderzoeken zijn geactualiseerd en ter beschikking staan, en

c) elke TSB past in het realtimebeheer de minimale inertie in zijn eigen regelzone toe, overeenkomstig de methodologie zoals vastgesteld onder b) en de dienovereenkomstig verkregen resultaten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen