Art. 38 Verordening (EU) 2017/1485, Monitoring en beoordeling van de dynamische stabiliteit
1. Elke TSB houdt toezicht op de dynamische stabiliteit van het transmissiesysteem door middel van offline uitgevoerd onderzoek overeenkomstig lid 6. Elke TSB wisselt de relevante gegevens voor het monitoren van de dynamische stabiliteit uit met de andere TSB's binnen zijn synchrone zone.
2. Elke TSB verricht ten minste eenmaal per jaar een beoordeling van de dynamische stabiliteit teneinde de stabiliteitsgrenzen en eventuele stabiliteitsproblemen in zijn transmissiesysteem in kaart te brengen. Alle TSB's van elke synchrone zone stemmen de beoordelingen van de dynamische stabiliteit met elkaar af; deze beoordelingen betreffen de gehele synchrone zone of delen daarvan.
3. Bij het uitvoeren van een dergelijke gecoördineerde beoordeling van de dynamische stabiliteit stellen de betrokken TSB's het volgende vast:
a) de reikwijdte van de gecoördineerde beoordeling van de dynamische stabiliteit, in ieder geval aan de hand van een gemeenschappelijk netwerkmodel;
b) de reeks gegevens die tussen de betrokken TSB's moeten worden uitgewisseld ten behoeve van de gecoördineerde beoordeling van de dynamische stabiliteit;
c) een overzicht van gemeenschappelijk overeengekomen scenario's voor de gecoördineerde beoordeling van de dynamische stabiliteit, en
d) een overzicht van gemeenschappelijk overeengekomen onvoorziene gebeurtenissen of storingen waarvan de gevolgen aan de hand van de gecoördineerde beoordeling van de dynamische stabiliteit beoordeeld moeten worden.
4. In het geval van stabiliteitsproblemen als gevolg van slecht gedempte oscillaties die meerdere TSB's binnen een synchrone zone treffen, neemt elke TSB zodra dat praktisch haalbaar is deel aan een gecoördineerde beoordeling van de dynamische stabiliteit op het niveau van de synchrone zone en levert hij de gegevens die voor die beoordeling nodig zijn. Deze beoordeling wordt geïnitieerd en verricht door de betrokken TSB's of door het ENTSB voor elektriciteit.
5. Wanneer een TSB een potentiële invloed vaststelt op de spanning, rotorhoek of frequentiestabiliteit met betrekking tot andere geïnterconnecteerde transmissiesystemen, zorgen de betrokken TSB's voor coördinatie van de methoden die worden gebruikt voor de beoordeling van de dynamische stabiliteit en voorzien zij daarbij in de benodigde gegevens en in de planning van gezamenlijke remediërende maatregelen gericht op verbetering van de stabiliteit, met inbegrip van de procedures voor samenwerking tussen de TSB's.
6. Bij het vaststellen van de voor de beoordeling van de dynamische stabiliteit te gebruiken methoden, hanteert elke TSB de volgende voorschriften:
a) indien ten aanzien van de lijst van uitvalsituaties grenswaarden voor de stationaire toestand vóór de stabiliteitsgrenzen worden bereikt, gaat de TSB bij de beoordeling van de dynamische stabiliteit uitsluitend uit van offlinestabiliteitsonderzoek dat in de operationele planningsfase voor de langere termijn is verricht;
b) indien bij geplande niet-beschikbaarheid ten aanzien van de lijst van uitvalsituaties de grenswaarden voor de stationaire toestand en de stabiliteitsgrenzen dicht bij elkaar liggen of indien stabiliteitsgrenzen vóór de grenswaarden voor de stationaire toestand worden bereikt, verricht de TSB een beoordeling van de dynamische stabiliteit in de day-ahead operationele planningsfase zolang die omstandigheden aanhouden. De TSB plant remediërende maatregelen die zo nodig in het realtimebeheer ingezet kunnen worden, en
c) indien het transmissiesysteem zich met betrekking tot de lijst van uitvalsituaties in de N-situatie bevindt en stabiliteitsgrenzen vóór de grenswaarden voor de stationaire toestand worden bereikt, verricht de TSB een beoordeling van de dynamische stabiliteit in alle fasen van de operationele planning alsmede een herbeoordeling van de stabiliteitsgrenzen zo spoedig mogelijk nadat er een significante wijziging in de N-situatie is waargenomen.