Art. 36 Verordening (EU) 2017/1485, Algemene eisen inzake bescherming

Verordening (EU) 2017/1485

1. Elke TSB beheert zijn transmissiesysteem met gebruikmaking van beschermingsapparatuur en reservebeschermingsapparatuur om op automatische wijze verspreiding te voorkomen van storingen die de operationele veiligheid van zijn eigen transmissiesysteem en van het geïnterconnecteerde systeem in gevaar kunnen brengen.

2. Ten minste eenmaal per vijf jaar evalueert elke TSB zijn beschermingsstrategie en -concepten en past hij deze aan voor zover dat nodig is om het correct functioneren van de beschermingsapparatuur te waarborgen en de operationele veiligheid te handhaven.

3. Na een beschermingsactie die gevolgen heeft gehad buiten de regelzone van een TSB, met inbegrip van interconnectoren, beoordeelt die TSB of de beschermingsapparatuur in zijn regelzone volgens planning heeft gefunctioneerd en neemt hij zo nodig corrigerende maatregelen.

4. Elke TSB stelt richtwaarden voor de beschermingsapparatuur van zijn transmissiesysteem vast op basis waarvan een betrouwbaar, snel en selectief foutherstel is gewaarborgd, met inbegrip van reservebescherming voor foutherstel in het geval van een storing in het primaire beschermingssysteem.

5. Voorafgaande aan de ingebruikname van beschermingsapparatuur of reserverbeschermingsapparatuur, dan wel na iedere wijziging daarvan, komt elke TSB tot overeenstemming met de buur-TSB's betreffende de definitie van de beschermingsrichtwaarden voor de interconnectoren en pleegt hij overleg met die buur-TSB's alvorens de richtwaarden te wijzigen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen