Art. 74 Verordening (EU) 2016/2031, Planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen in een beschermd gebied
1. Naast de in artikel 72, leden 1, 2 en 3, bedoelde gevallen, zijn fytosanitaire certificaten vereist voor het binnenbrengen van planten, plantaardige producten en andere materialen in bepaalde beschermde gebieden van bepaalde derde landen van oorsprong of verzending.
De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een lijst op van de planten, plantaardige producten en andere materialen, en van de respectieve derde landen van oorsprong of verzending bedoeld in de eerste alinea.
Die lijst omvat:
a) in de eerste van die uitvoeringshandelingen, de planten, plantaardige producten en andere materialen die zijn opgenomen in bijlage V, deel B, punt II, bij Richtlijn 2000/29/EG;
b) planten, plantaardige producten en andere materialen die in de lijst in de in artikel 54, leden 2 en 3, van deze verordening bepaalde uitvoeringshandelingen zijn opgenomen.
In de bij deze uitvoeringshandelingen vastgestelde lijst wordt van die planten, plantaardige producten en andere materialen ook hun respectieve GN-code vermeld, indien deze beschikbaar is. Daarnaast worden andere bij Uniewetgeving vastgestelde codes genoemd indien deze de toepasselijke GN-code voor een specifieke plant of voor een specifiek plantaardig product of ander materiaal nader specificeren.
Een fytosanitair certificaat is niet vereist voor planten, plantaardige producten of andere materialen op die lijst wanneer een krachtens artikel 54, lid 2 of 3, vastgestelde uitvoeringshandeling een bewijs van naleving verplicht stelt in de vorm van een officieel merkteken zoals bedoeld in artikel 96, lid 1, of een andere officiële verklaring zoals bedoeld in artikel 99, lid 1.
2. De Commissie wijzigt de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling door middel van uitvoeringshandelingen in de volgende gevallen:
a) wanneer een in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal niet voldoet aan lid 1, derde alinea, onder b);
b) wanneer een niet in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal voldoet aan lid 1, derde alinea, onder b).
3. In aanvulling op de in lid 2 bedoelde gevallen kan de Commissie de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig de beginselen van bijlage II, deel 2, wijzigen indien het risico bestaat dat in of op een niet in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal het betrokken ZP-quarantaineorganisme aanwezig is, of indien dat risico voor een in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal niet langer bestaat.
4. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
5. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 is geen fytosanitair certificaat vereist voor de planten, plantaardige producten of andere materialen die vallen onder de artikelen 56, 57 en 58, alsmede onder artikel 75, lid 1.