Art. 72 Verordening (EU) 2016/2031, Planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor fytosanitaire certificaten vereist zijn
1. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een lijst op van de planten, plantaardige producten en andere materialen, en van de respectieve derde landen van oorsprong of verzending, waarvoor een fytosanitair certificaat vereist is voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie.
Die lijst omvat:
a) alle voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden;
b) de planten, plantaardige producten en andere materialen die staan vermeld in bijlage V, deel B, punt I, bij Richtlijn 2000/29/EG;
c) planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor voorschriften zijn vastgesteld krachtens artikel 28, lid 1, eerste alinea, onder d), en artikel 30, lid 1, betreffende het binnenbrengen ervan op het grondgebied van de Unie;
d) zaden of, indien van toepassing, pootaardappelen die in de lijst in de in artikel 37, lid 2, van deze verordening bepaalde uitvoeringshandeling zijn opgenomen en onderworpen zijn aan gelijkwaardigheidsbesluiten die zijn vastgesteld krachtens de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 98/56/EG, 1999/105/EG, 2002/54/EG, 2002/55/EG, 2002/56/EG en 2002/57/EG;
e) planten, plantaardige producten en andere materialen die in de lijst in de in artikel 41, leden 2 en 3, bepaalde uitvoeringshandelingen zijn opgenomen; en
f) planten, plantaardige producten en andere materialen die vallen onder het bepaalde in artikel 49, lid 2, tweede alinea, onder a) en b).
De punten a) tot en met e) van de eerste alinea zijn niet van toepassing, en een fytosanitair certificaat is niet vereist, wanneer een krachtens artikel 28, lid 1, eerste alinea, onder d), artikel 30, lid 1, of artikel 41, leden 2 en 3, vastgestelde uitvoeringshandeling een bewijs van naleving verplicht stelt in de vorm van een officieel merkteken zoals bedoeld in artikel 96, lid 1, of een andere officiële verklaring zoals bedoeld in artikel 99, lid 1.
In de bij die uitvoeringshandeling vastgestelde lijst wordt van die planten, plantaardige producten en andere materialen ook hun respectieve GN-code vermeld, indien deze beschikbaar is. Daarnaast worden andere bij Uniewetgeving vastgestelde codes genoemd indien deze de toepasselijke GN-code voor een specifieke plant of voor een specifiek plantaardig product of ander materiaal nader specificeren.
2. De Commissie wijzigt de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling door middel van een uitvoeringshandeling in de volgende gevallen:
a) wanneer een in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal niet voldoet aan lid 1, eerste alinea, onder c), d) of e);
b) wanneer een niet in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal voldoet aan lid 1, eerste alinea, onder c), d) of e).
3. In aanvulling op de in lid 2 bedoelde gevallen kan de Commissie de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig de beginselen van bijlage II, deel 2, wijzigen indien het risico bestaat dat in of op een niet in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal een EU-quarantaineorganisme of plaagorganismen aanwezig is waarop maatregelen op grond van artikel 30, lid 1, van toepassing zijn, of indien dat risico voor een in die handeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal niet langer bestaat.
4. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
5. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 is geen fytosanitair certificaat vereist voor de planten, plantaardige producten of andere materialen die vallen onder de artikelen 46, 47, en 48, en artikel 75, lid 1.