Art. 76 Verordening (EU) 2016/2031, Voorwaarden waaraan een fytosanitair certificaat moet voldoen
1. Onverminderd de uit hoofde van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (International Plant Protection Convention — IPPC) geldende verplichtingen, en rekening houdend met de toepasselijke internationale normen, aanvaardt de bevoegde autoriteit een fytosanitair certificaat bij planten, plantaardige producten of andere materialen die vanuit een derde land worden binnengebracht, uitsluitend als de inhoud van dat certificaat voldoet aan bijlage V, deel A. Wanneer de planten, plantaardige producten of andere materialen worden binnengebracht vanuit een derde land waaruit zij niet afkomstig zijn, aanvaardt de bevoegde autoriteit uitsluitend een fytosanitair certificaat dat voldoet aan bijlage V, deel A of B.
Zij aanvaardt dat fytosanitair certificaat niet als de in artikel 71, lid 2, bedoelde aanvullende verklaring, indien van toepassing, ontbreekt of niet correct is opgesteld en als de in artikel 71, lid 3, bedoelde verklaring, indien van toepassing, ontbreekt.
Zij aanvaardt een fytosanitair wederuitvoercertificaat niet indien dat fytosanitair certificaat niet vergezeld gaat van het oorspronkelijk fytosanitair uitvoercertificaat of van een gewaarmerkt afschrift van het oorspronkelijk fytosanitair uitvoercertificaat.
2. De bevoegde autoriteit aanvaardt een fytosanitair certificaat uitsluitend indien het aan de volgende voorschriften voldoet:
a) het wordt afgegeven in ten minste een van de officiële talen van de Unie;
b) het is gericht aan de nationale plantenziektekundige dienst van een lidstaat; en
c) het is afgegeven binnen 14 dagen vóór de datum waarop de planten, plantaardige producten of andere materialen waarop het betrekking heeft, het derde land waarin het is afgegeven, hebben verlaten.
3. In het geval van een derde land dat verdragsluitende partij is bij het IPPC, aanvaardt de bevoegde autoriteit uitsluitend de fytosanitaire certificaten die door de officiële plantenziektekundige dienst van dat derde land zijn afgegeven of die onder zijn verantwoordelijkheid zijn afgegeven door een functionaris die technisch gekwalificeerd is en daartoe door die officiële plantenziektekundige dienst is gemachtigd.
4. In het geval van een derde land dat geen verdragsluitende partij is bij het IPPC, aanvaardt de bevoegde autoriteit uitsluitend de fytosanitaire certificaten die door de volgens de nationale regels van dat derde land bevoegde autoriteiten zijn afgegeven en waarvan kennisgeving is gedaan aan de Commissie. De Commissie informeert de lidstaten en de exploitanten over de ontvangen kennisgevingen via het in artikel 103 bedoelde elektronische kennisgevingssysteem.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen die de in de eerste alinea van dit lid bedoelde voorwaarden voor aanvaarding aanvullen, zodat de betrouwbaarheid van die certificaten gewaarborgd is.
5. Elektronische fytosanitaire uitvoercertificaten worden verstrekt via, of elektronisch uitgewisseld door middel van een geautomatiseerd informatiemanagementsysteem voor officiële controles op Unieniveau.