Art. 31 Verordening (EU) 2016/2031, Vaststelling van strengere voorschriften door lidstaten

Verordening (EU) 2016/2031

1. De lidstaten kunnen op hun grondgebied strengere maatregelen toepassen dan de op grond van artikel 28, leden 1, 2 en 3, en artikel 30, leden 1, 3 en 4, vastgestelde maatregelen, voor zover die maatregelen worden gerechtvaardigd door de doelstelling van fytosanitaire bescherming en in overeenstemming zijn met bijlage II, deel 2.

Deze strengere maatregelen mogen er niet in bestaan of ertoe leiden dat het binnenbrengen op of het verkeer binnen en via het grondgebied van de Unie van planten, plantaardige producten en andere materialen wordt verboden of beperkt anders dan uit hoofde van de artikelen 40 tot en met 58 en 71 tot en met 102.

2. De lidstaten stellen de Commissie en de overige lidstaten onmiddellijk in kennis van de door hen overeenkomstig lid 1 genomen maatregelen.

De lidstaten dienen op verzoek bij de Commissie en de overige lidstaten jaarlijks een verslag in over de overeenkomstig lid 1 genomen maatregelen.