Art. 25 Verordening (EU) 2016/2031, Noodplannen voor prioritaire plaagorganismen
1. Elke lidstaat stelt voor ieder prioritair plaagorganisme dat in staat is zijn grondgebied of een deel daarvan binnen te komen en zich aldaar te vestigen, een afzonderlijk, regelmatig bij te werken, plan op met informatie over de besluitvormingsprocessen, procedures en protocollen die moeten worden toegepast, en de middelen die minimaal beschikbaar moeten worden gesteld en de procedures om bijkomende middelen beschikbaar te stellen wanneer officieel wordt bevestigd of wordt vermoed dat dat plaagorganisme aanwezig is („het noodplan”).
De lidstaten raadplegen in een passend stadium alle betrokken belanghebbenden bij het opstellen en actualiseren van de noodplannen.
Het opstellen van noodplannen is niet vereist voor plaagorganismen waarvoor ondubbelzinnig wordt geconcludeerd dat zij zich niet in de betrokken lidstaat kunnen vestigen of verspreiden vanwege de ecoklimatologische omstandigheden daarvan of de afwezigheid van de waardsoorten,.
2. Elk noodplan bevat informatie betreffende:
a) de taken en verantwoordelijkheden van de instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van het plan wanneer officieel wordt bevestigd of wordt vermoed dat het betrokken prioritair plaagorganisme aanwezig is, alsmede de hiërarchische opbouw en de procedures voor de coördinatie van de maatregelen die worden genomen door de bevoegde autoriteiten, andere openbare autoriteiten, gemachtigde instanties of betrokken natuurlijke personen, laboratoria en professionele marktdeelnemers, in voorkomend geval met inbegrip van de coördinatie met aangrenzende lidstaten en aangrenzende derde landen;
b) de toegang van bevoegde autoriteiten tot de bedrijfsruimten van professionele marktdeelnemers, andere betrokken exploitanten en natuurlijke personen;
c) de toegang van bevoegde autoriteiten, indien nodig, tot laboratoria, uitrusting, personeel, externe expertise en middelen die nodig zijn voor de snelle en doeltreffende uitroeiing of, in voorkomend geval, inperking van het betrokken prioritair plaagorganisme;
d) de te nemen maatregelen met betrekking tot het verstrekken van informatie aan de Commissie, de overige lidstaten, de betrokken professionele marktdeelnemers en het publiek over de aanwezigheid van het betrokken prioritair plaagorganisme en de maatregelen voor de bestrijding daarvan, wanneer officieel wordt bevestigd of wordt vermoed dat het betrokken plaagorganisme aanwezig is;
e) de regelingen voor het vastleggen van bevindingen over de aanwezigheid van het betrokken prioritair plaagorganisme;
f) de beschikbare evaluaties zoals bedoeld in artikel 6, lid 2, en de eventuele evaluatie van de lidstaat met betrekking tot het risico op het betrokken prioritair plaagorganisme voor zijn grondgebied;
g) de risicobeheersingsmaatregelen die moeten worden getroffen met betrekking tot het betrokken prioritair plaagorganisme, overeenkomstig bijlage II, deel 1, en de te volgen procedures;
h) de beginselen voor de geografische afbakening van afgebakende gebieden;
i) de protocollen met een beschrijving van de methoden voor visuele onderzoeken, het nemen van monsters en het uitvoeren van laboratoriumtests; en
j) de beginselen inzake de opleiding van het personeel van de bevoegde autoriteiten en, in voorkomend geval, de instanties, openbare autoriteiten, laboratoria, professionele marktdeelnemers en andere personen zoals bedoeld onder a).
In voorkomend geval wordt de informatie bedoeld in de eerste alinea, onder d) tot en met j), verstrekt in de vorm van handleidingen.
3. De noodplannen kunnen worden gecombineerd voor meerdere prioritaire plaagorganismen met vergelijkbare biologische eigenschappen en een vergelijkbare reeks waardsoorten. In die gevallen omvat het noodplan enerzijds een algemeen deel dat gemeenschappelijk is voor alle prioritaire plaagorganismen die eronder vallen en anderzijds specifieke delen voor elk afzonderlijk betrokken prioritair plaagorganisme.
4. De lidstaten stellen binnen vier jaar na de datum van opstelling van de lijst van prioritaire plaagorganismen een noodplan op voor de in die lijst opgenomen prioritaire plaagorganismen.
De lidstaten stellen binnen één jaar na de datum van opneming van elk bijkomend betrokken plaagorganisme in de lijst van prioritaire plaagorganismen een noodplan op voor dat prioritair plaagorganisme.
De lidstaten gaan op gezette tijden over tot evaluatie en, in voorkomend geval, actualisering van hun noodplannen.
5. De lidstaten doen hun noodplannen op verzoek aan de Commissie en de overige lidstaten toekomen, en informeren alle betrokken professionele marktdeelnemers door de plannen via het internet bekend te maken.