Art. 22 Verordening (EU) 2016/2031, Onderzoeken met betrekking tot EU-quarantaineorganismen en plaagorganismen die voorlopig als EU-quarantaineorganismen worden aangemerkt
1. De lidstaten voeren voor welbepaalde perioden risicogebaseerde onderzoeken uit om ten minste na te gaan of:
a) EU-quarantaineorganismen aanwezig zijn; en
b) er tekenen of symptomen zijn van plaagorganismen die onderworpen zijn aan de in artikel 29 bedoelde maatregelen of aan krachtens artikel 30, lid 1, vastgestelde maatregelen.
Deze onderzoeken worden uitgevoerd voor alle gebieden waar de betrokken plaagorganismen voor zover bekend niet voorkomen.
Het uitvoeren van deze onderzoeken is niet vereist voor plaagorganismen waarvoor ondubbelzinnig wordt geconcludeerd dat zij zich, vanwege de ecoklimatologische omstandigheden of de afwezigheid van de waardsoorten, niet in de betrokken lidstaat kunnen vestigen of verspreiden.
2. De in lid 1 bedoelde onderzoeken worden opgezet op basis van het risico dat het plaagorganisme in het door elk onderzoek bestreken gebied aanwezig is. Zij omvatten ten minste visuele onderzoeken door de bevoegde autoriteit en, in voorkomend geval, het verzamelen van monsters en het uitvoeren van tests. Deze onderzoeken worden uitgevoerd op alle passende locaties en omvatten, in voorkomend geval, bedrijfsruimten, voertuigen, machines en verpakkingsmateriaal die door professionele marktdeelnemers of andere personen worden gebruikt. Zij zijn gebaseerd op deugdelijke wetenschappelijke en technische beginselen en worden uitgevoerd op tijdstippen die het mogelijkheid maken het betrokken plaagorganisme op te sporen.
Bij die onderzoeken wordt rekening gehouden met de wetenschappelijke en technische gegevens en met alle andere relevante informatie betreffende de aanwezigheid van het betrokken plaagorganisme.
3. De lidstaten brengen elk jaar uiterlijk op 30 april aan de Commissie en de overige lidstaten verslag uit over de resultaten van de in lid 1 bedoelde onderzoeken die in het voorgaande kalenderjaar werden uitgevoerd. Deze verslagen bevatten informatie over de plaats en tijdstip van de onderzoeken, de plaagorganismen en de betrokken planten, plantaardige producten en andere materialen, het aantal inspecties en de genomen monsters, en de bevindingen voor elk betrokken plaagorganisme.
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het opmaakprofiel van die verslagen, en instructies voor het invullen ervan vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.